taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 13

Dertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
2000
156 pagina's

We richten de aandacht op het woord sympathiek. Dat komt driemaal voor in het gesprek, in toenemende mate met het accent op het woord zelf.

De eerste keer is het woord opgenomen in een brede context. Suzanne heeft een warm gevoel bij een concrete situatie. De volwassene bevestigt haar gevoel en gebruikt daar onopvallend het woord sympathiek bij. Suzanne heeft kennelijk geen behoefte aan expliciete uitleg over de betekenis van het woord.

In tweede instantie valt het accent meer op het woord zelf. Ook hier reageert Suzanne inhoudelijk. Ze bemerkt dat de volwassene meeleeft en bevestigt nogmaals haar waardering. Ze parafraseert het woord sympathiek als 'hartstikke leuk'.

De derde keer moet ze expliciet antwoorden of ze het woord sympathiek eigenlijk wel kent. Voor het eerst hapert ze en doet ze een poging tot woordverklaring.

Merk op, dat Suzanne de vraag 'Vind jij dat sympathiek?' veel beter kan beantwoorden dan de vraag 'Wat betekent sympathiek?' Dat is een belangrijk educatief gegeven, in twee opzichten.

Het maant tot voorzichtigheid bij het bepalen van iemands woordenschat. Als je alleen afgaat op Suzannes vermogen tot woordverklaring, kom je tot de conclusie, dat ze het woord sympathiek niet kent. Als je ook de eerste twee interactiemomenten in je oordeel betrekt, zul je zeggen dat sympathiek wél tot haar woordenschat behoort.

Een tweede opmerking. Het voorbeeld van Suzanne spoort aan, om de woordkennis van kinderen te benaderen op functioneel niveau, in plaats van op taalbeschouwelijk niveau. Een kind kan vaak niet zeggen wat een woord betekent, en tegelijk wel begrip hebben van de betekenis. Suzanne weet dat sympathiek iets positiefs uitdrukt, ongeveer synoniem met 'iets (leuks) doen'. Dat is al een behoorlijk niveau van expliciete woordkennis.

Vragen

Sommige studenten aarzelen zichtbaar. Zij vinden 'iets dóen' in dit geval niet getuigen van woordkennis. Ze hebben natuurlijk een beetje gelijk. Van Dale omschrijft sympathie als: 'een gevoel van genegenheid'. Dat is echt iets anders dan 'iets dóen'.

We laten de kwestie even liggen, omdat er veel nieuwe vragen zijn.

  1. Kun je een woord kennen, zonder het te kunnen uitleggen?

  2. Kent Suzanne het woord sympathiek, ja of nee?

  3. Leert Suzanne er iets bij tijdens het gesprekje?

  4. Lijkt dat leren op het vullen van een computer?

  5. Wat is er van dit voorval te leren?

Antwoorden in kort bestek:

  1. Veel studenten aarzelen. Je kent een woord of je kent het niet, zegt iemand. Op het bord verschijnen de woorden 'project, strategie, en object'. Het zijn woorden die alle studenten zeggen te kennen. Maar als ze vervolgens een omschrijving moeten geven, komen ze beslist niet uit boven het 'iets-doen-niveau' van Suzanne. Ze zijn daar verbaasd over. We zijn het er snel over eens, dat woordkennis (het passief of actief kunnen beschikken over een woord) en woordverklaring (het kunnen omschrijven van de betekenis) niet identiek zijn.

  2. We vinden na lang beraad dat het woord tot Suzannes woordenschat behoort, zij het niet actief en zeker niet lexicografisch. Suzanne is gecharmeerd van een aardige geste die ze waarnam. Dat haar gesprekspartner dat gevoel samenvat met het woord sympathiek lijkt haar niet te beroeren, maar ook niet te storen. Wat ze op dit moment leert en hoe ze

21

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties