klimaat, industrie, financiën als veel lastiger ervaren dan volwassenen beseffen. Studenten ergeren zich enigszins aan dit intermezzo. Ze willen snel overhoord worden, want erg lang blijft hun verse kennis niet hangen, zo vrezen ze.
Het onderzoek valt inderdaad niet mee. In de eerste plaats blijkt het lastig om de woordenboekformulering letterlijk te reproduceren. Dat wordt nog versterkt, doordat ik de woorden in de 'verkeerde' volgorde aan de orde stel. (Ze herkennen die omkering als een echte lerarenstreek.)
Het wordt nog erger, als ik hen vervolgens vraag om (uit hun hoofd) het vreemde woord in te vullen vóór de omschrijvingen. Ze reageren verontschuldigend: 'Zó hebben we het niet geleerd...'
... = minachting uitdrukkend
... = de neiging te handelen in het belang van de anderen ... = opzettelijk opzien verwekkend
Geen enkele student is in staat om één van de woorden correct uit zijn geheugen te vissen. Pejoratief is pedorasief, pretatief, projasief, iets met sief.
Het is intussen voor ieder duidelijk geworden. Zo gaat het niet. We moeten op zoek naar situaties waarin leerlingen actief betrokken zijn bij het zelf construeren van de betekenis van woorden.
4. Didactiseren in de klas met een knipoog naar buiten
Dan start de volgende fase van het leerproces: Hoe kunnen wij onderwijs ontwerpen, waarin kinderen zo natuurlijk mogelijk, maar wel geïntensiveerd, nieuwe woorden tot hun geestelijk eigendom maken? En hoe kunnen we de computer daarbij zoveel mogelijk als onderwijshulpmiddel inzetten?
We kunnen een aantal levendige Suzanne-gesprekjes arrangeren. We benadrukken de rol van vertellen, discussiëren, voorlezen, zelf lezen. Dat zijn uitstekende middelen ter versterking van de natuurlijke woorden-schatontwikkeling (en méér). Maar als we meer greep willen hebben op de omvang en de intensiteit van het woordenleren, moeten we extramiddelen inzetten. Op dat moment komt de computer nadrukkelijk in beeld.
Vanuit de eerder geformuleerde grondgedachte besluiten we om alleen woordenschatoefeningen te maken waarin kinderen de woordbetekenis zelf kunnen afleiden uit een gegeven context. We denken dan aan een programma dat in essentie als volgt werkt (we nemen de testwoorden als voorbeeld):
Vul in: ostentatief pejoratief altruïsme
... = minachting uitdrukkend
... = de neiging te handelen in het belang van de anderen ... = opzettelijk opzien verwekkend
Help
* Het was regenachtig en een beetje mistig. Harriëtte had voor haar verjaardag een dure zonnebril gekregen. Die zette ze ostentatief op haar hoofd. Zo fietste ze naar school.
23