taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 13

Dertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
2000
156 pagina's

Een strategische aanpak van lessen luisteren en spreken in de eerste graad van het secundair onderwijs

Jan Bonne

De Werkgroep Luisteren en Spreken in West-Vlaanderen ontwikkelde dertig lessen luisteren en spreken voor het eerste jaar en dertig lessen voor het tweede jaar van het secundair onderwijs. Deze werkgroep ontstond in de schoot van de begeleiding Nederlands die constant vragen kreeg over de vertaalslag van de theorie over die vaardigheden naar de klaspraktijk. Omdat de individuele leerkracht of vakwerkgroep daar niet echt voor opgeleid is en te weinig tijd heeft voor dit intense studiewerk, drong zich een concretisering van de theorie op die uiteindelijk resulteerde in een leerlijn voor de drie graden van het secundair onderwijs.

In een langlopend nascholingsproject voor de eerste graad werden zestig lessen luisteren en spreken met een heel doordachte strategie gepresenteerd, geduid en besproken. De cursisten probeerden de aangereikte modellen in de eigen klasgroepen uit, eventueel in een persoonlijke variante. Daarover werd gereflecteerd en bij de volgende bijeenkomst in de groep ter bespreking voorgelegd. Alle lessen kregen hun plaats binnen de eindtermen en dit was meteen het jaarplan luisteren en spreken. Met de ervaringen door deze manier van werken maakt u nader kennis.

1. Hoe gingen we te werk bij de selectie en de opbouw van de spreek- en luistertaken?

Van in het begin vroeg de WLS zich af welke basis-, deel-en totaalvaardigheden een plaats moesten krijgen in het luister-en spreekonderwijs van de I ste graad en welke niet. Is het echt wel haalbaar in twee jaar tijd alle eindtermen en leerplandoelen aan bod te laten zodat leerlingen er ook nog iets van zouden Ieren? Toen we bezig waren, ondervonden we vlug dat dit problemen zou opleveren. Een aantal prioriteiten drongen zich op.

1.1 Wij vinden dat functionaliteit in de eerste jaren van het secundair onderwijs een heel belangrijke rol moet spelen. Daarnaast menen we ook dat luisteren in het begin een hogere prioriteit moet krijgen dan spreken. (Luisteren naar leerstof, (on)voorbereid spreken, instructies, vragen stellen, vertellen). De selectie van de leerstof kadert in functie van het schoolse gedrag. Dus de schoolse functionaliteit is het vertrekpunt. Die wordt echter langzamerhand uitgebreid naar een ruimere functionaliteit, waarin de persoonlijkheidsontwikkeling zeker niet vergeten wordt. Die evolutie tekent zich niet alleen in de eerste graad af, maar groeit ook in de tweede en derde graad.

1.2 We zijn ervan overtuigd dat we de leerlingen voldoende tijd en ruimte moeten laten om de dialoog en de polyloog te oefenen. In het verleden beperkte de leerkracht Nederlands zich tijdens de lessen mondelinge taalvaardigheid - als bij er al tijd voor vrij maakte - al te veel tot de monoloog. Daar moeten we resoluut iets aan doen: niet door de monoloog te negeren, maar wel door hem het gewicht te geven dat hij verdient. Afgestudeerde leerlingen van het secundair onderwijs vinden het niet of onvoldoende leren dialogeren, debatteren en discussiëren als een gemis voor hun verdere studie- en beroepsloopbaan. Dialogeren is nog altijd moeilijker dan een monoloog houden voor een publiek dat moet wachten tot het einde om eventueel tussen te komen.

25

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties