taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Dertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 13 | Dertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2000)


Bijdrage: Een strategische aanpak van lessen luisteren en spreken in de eerste graad van het secundair onderwjjs (Jan Bonne)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

1.3 Daarbij aansluitend is het kunnen stellen van goede vragen bij de dialoog heel belangrijk, maar ook in de schoolse situatie moeten leerlingen degelijke vragen leren stellen. Is het spel van vraag en antwoord niet de basis van iedere degelijke dialogische situatie? Om deze prioriteiten te realiseren hebben we een langlopend nascholingsaanbod ontwikkeld dat de diverse vaardigheden als een geheel behandelt, maar ze in aparte onderdelen aanbiedt en wel op een zodanige manier dat zo weinig mogelijk onderdelen kunnen worden overgeslagen.

De lesonderdelen krijgen een plaats in een jaarplan op basis van de eindtermen en zo zien de gebruikers onmiddellijk hoe vaak bepaalde basis- en deelvaardigheden binnen die totaalvaardigheden getraind worden. Een dergelijk, nogal dwingende aanpak, maakt het mogelijk een helder beeld te krijgen van het aandeel in tijd en inhoud, dat elke vaardigheid aan het totaal levert.

De leerkracht krijgt op die manier zicht in het lessenaanbod op de basis- en deelvaardigheden van spreken en luisteren en na iedere les besteden we voldoende aandacht aan Normatieve en summatieve evaluatie om aan de reacties en de resultaten van de leerlingen te kunnen beoordelen of ze een bepaalde deelvaardigheid wel degelijk beheersen of niet.

  1. Hoe pakken we luisteren en spreken in heterogene groepen aan?

De eerste graad is in oorsprong behoorlijk heterogeen. Leerlingen van verschillende basisscholen, afkomstig van grote en kleine steden, van verschillende rangen en standen, allochtoon, autochtoon, maar ook die met een verschillend intelligentie- en taalpeil komen allemaal op die eerste trap van het secundair onderwijs binnen.

Daarom vindt de WLS dat het voldoende aandacht moet besteden aan een strategie die loopt van receptief naar productief, aan een taakgerichte aanpak en we menen ook dat het af en toe invoegen van taalmiddelen (standaardzinnen en zinswendingen) nuttig kan zijn. Vanuit het oogpunt functionaliteit kiezen wij ervoor om die taalmiddelen expliciet aan te bieden. Het lijkt ons voor een leerkracht met ervaring echter een koud kunstje om die taalmiddelen via eenvoudige didactische ingrepen niet expliciet aan te reiken. We weten ook wel dat alles wat zelf ontdekt wordt beter en langer beklijft.

  1. Hoe organiseren we de lessen luisteren en spreken?

De WLS bouwde de lessen luisteren en spreken op volgens het OVUR-principe met voldoende aandacht voor de vier fasen van de les of samenhangende lessenreeks. We mobiliseren de leraren om hiermee aan de slag te gaan. We ondervinden dat we vooral voor de oriëntatie- en reflectiefase duidelijk moeten preciseren hoe ze die moeten invullen. We weten uit ervaring dat bij het huidige spreek- en luisteronderwijs de 0 van oriëntatie en N van Nederlands zich helaas beperkt tot de V van voorbereiden en U van uitvoeren. We bieden de gebruiker van het nascholingsaanbod een helder en duidelijk zicht op de begrippen oriënteren en reflecteren door dit vooral met heel concrete didactische invullingen te illustreren.

In het rigoureus toepassen van dit model schuilt echter het gevaar té metacognitief te werken, maar we roepen de leerkrachten op enige souplesse aan de dag te leggen bij het ge-

26

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties