taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 13

Dertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
2000
156 pagina's

bruik van het OVUR-principe. We zien het principe ook als een belangrijk instrument om de leerlingen aan het denken te zetten over het doel en het belang van hun eigen en andermans communicatie.

  1. Welke voorstellen doen we om spreken en luisteren te observeren en te waarderen?

De WLS onderschrijft dat algemene toepasbare of passepartoutbeoordelingsschema's voor mondelinge vaardigheden niet bestaan. De gebruiker moet de beoordelingscriteria altijd aan de taaltaak en de doelen aanpassen.

We proberen ook iedere keer bij de beoordeling van de mondelinge vaardigheden als onderwijskundig uitgangspunt mee te geven dat de leerkracht alleen mag beoordelen wat de leerling geoefend heeft, maar dat bij ook moet weten waarop bij zal beoordeeld worden zodat hij niet voor verrassingen komt te staan.

Verder vinden wij het ook zeker zinvol dat de leraar de beoordeling van mondelinge presentaties in de ruimste zin van het woord door een klassikale nabespreking van de sterke en zwakke punten laat voorafgaan.

Bij de beoordeling maken we de leerkrachten ook bewust van een gevaarlijke valkuil waar bijzonder veel van ons in trappen. Heel vaak laten we ons inpakken door verbaal talent in plaats van het onderwijsresultaat te beoordelen.

Vandaar doen we af en toe voorstellen voor een goed onderbouwde beoordeling met checklist met beperkt aantal aandachtspunten voor een zo gedetailleerd mogelijke taakspecifieke observatie en nabespreking.

Af en toe geven we de leerlingen de rol van observator of beoordelaar. In het begin ervaren de leerkrachten de organisatie van die lessen als chaotisch en zwaar. Maar als zij en de leerlingen eraan gewend raken, gaat het vrij gemakkelijk en is de belasting voor de leerkracht eerder gering, want hij/zij moet alleen maar bijsturen. Om de beoordeling longitudinaal efficiënt te maken, lanceren we de idee van de leerlingvervolgfiche.

  1. Welke inhoud geven we de lessen luisteren en spreken?

5.1 We proberen bij de leefwereld van de leerlingen van de eerste graad aan te sluiten. Niet alleen de inhoud proberen we te laten sporen; ook de leeraspecten moeten bij de behoeften van de leerlingen aansluiten. Heel vaak zetten we de leerlingen aan het werk om zelf te ontdekken waar de fout in verband met luisteren en spreken zit om vervolgens de deelvaardigheid te vinden om verder te oefenen, in plaats van vooraf te zeggen wat geoefend zal worden.

5.2 We oefenen niet zomaar met losse situaties, maar we werken met specifieke tekstsoorten. Vandaar dat we de vaardigheid 'telefoneren' oefenen in plaats van een dialoog voeren. Bij het leren telefoneren komen dan alle specifieke aspecten van die vaardigheid aan bod en leren de leerlingen die tekstsoortkenmerken via het OVUR-principe.

27

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties