5.3 Als voorbereiding op de tweede graad moedigen we alvast het onderwijs in de kijkvaardigheid aan. Uiteraard moet dit onderwijs naadloos aansluiten bij het spreek- en luisteronderwijs. Kijken naar beelden in combinatie niet luisteren en spreken lijkt ons in deze tijd en met onze hedendaagse jongeren onontbeerlijk. Ze hangen vast aan de beeldcultuur en zijn erdoor gebiologeerd. Wij kunnen in dat verband wel wat van hen leren.
Maar voor de leerkracht is er ook nog een taak weggelegd, als is het maar om ben wat kritischer met het medium te leren omgaan en om er op een andere manier naar te leren kijken, ernaar te luisteren en erover te spreken om het als een bron van informatie te leren gebruiken.
5.4 We proberen ook in de lessen luisteren en spreken wat deuren te laten opengaan die anders voor ben gesloten blijven. We reiken ze wat sleutels aan die hen makkelijk binnenlaten in een voor hen nog onbekende wereld.
5.5 Vakoverschrijdende eindtermen zitten ook in de inhoud verwerkt. Het gaat hem hier vooral om leren, sociale vaardigheden en opvoeden tot burgerzin.
6. Hoe pakken we de lessen luisteren en spreken didactisch aan?
6.1 Bij navraag en in enquêtes geven leraren vaak ruiterlijk toe dat ze luisteren en spreken in hun moedertaalonderwijs dikwijls weglaten. Nochtans is het de verantwoordelijkheid van elke leraar Nederlands dat het spreek- en luisteronderwijs niet wordt overgeslagen. Voor dat weglaten sommen ze dan een heleboel oorzaken op en één ervan is dat ze niet zijn opgeleid om dat type van lessen te ontwikkelen en te geven. Vandaar dat we in dit langlopend nascholingsproject 60 kant-en-klare lessen aanbieden en duiden.
6.2 Wij hebben geopteerd om spreken en luisteren geïsoleerd aan te bieden met daaraan gekoppeld transfers naar andere vaardigheden, zodat de integratie duidelijk zichtbaar is en makkelijk toe te passen. We zijn er ons echter van bewust dat dit een tussenoplossing is, maar we denken dat dit de meest haalbare is. Op die manier verloopt het leren veel intensiever. De deelvaardigheid die ze dan geleerd hebben, kunnen ze later in een totaalopdracht -waar die deelvaardigheid onontbeerlijk is - toepassen.
Bijvoorbeeld. Maak een kort interview met minimum vijf interessante vragen voor de jeugdauteur die op bezoek komt, is de totaalopdracht en 'vragen stellen' is de intensief geoefende deelvaardigheid. Later kunnen de leerkrachten overstappen naar geïntegreerd onderwijs waarin spreken en luisteren bijna onmogelijk kunnen worden weggelaten.
6.3 Voortdurend roepen wij op - samen met de begeleiding en de inspectie - om het spreek-en luisteronderwijs voldoende te laten meewegen voor het totaalcijfer van Nederlands. Deze twee vaardigheden moeten het gewicht krijgen dat ze verdienen, niet meer maar zeker ook niet min.
Om de leerkrachten de zekerheid te geven dat ze voldoende tijd aan luisteren en spreken zouden besteden, hebben we er 30 lessen per jaar of een vierde van de totale lestijd Nederlands voor voorzien zoals het ook door de inspectie gevraagd wordt in de 60140 verhouding voor mondelinge vreemdetaalonderwijs.
28