in het vak waren daarbij uitgangspunten. Zo werd Polderpoëzie geboren op een achternamiddag na een proefwerkbespreking in november 1997.
Opzet
Gekozen werd voor een poëzieproject in de basisvorming. Er werd een projectweek afgesproken, waarin alle bavo-klassen bij het vak Nederlands een week zouden werken aan het schrijven van gedichten. Er werd een aantal lessen opgezet, waarin iets over poëzie werd verteld, de leerlingen een aantal kenmerken, vormen en voorbeelden kregen aangeboden, wat werd geoefend met associaties, met ritme en rijm, met beelden en beeldspraak. De 'leerstof' was hierbij niet voorgeschreven: wel was er een pakketje lesvoorbeelden en -suggesties voor iedere docent bavoNederlands beschikbaar. We maakten daarbij gebruik van materiaal van het project Doe Maar, Dicht Maar' (Groningen, vanaf 1985, landelijk poëzieproject, voornamelijk gericht op bovenbouw havo/vwo, maar met voortreffelijke lessuggesties!). Ook de bundel Gedichten van een projectgroep uit het Eemsmondgebied (zie de literatuurlijst) bood veel bruikbare suggesties, terwijl daarnaast natuurlijk vrijwel elke methode Nederlands voor de basisvorming materiaal voor een aantal lessen poëzie in zich bergt (hoewel naar mijn mening minder dan in de jaren '80 a.b.).
Zo ging een ieder aan de slag en werd door de meeste bavoklassen een forse hoeveelheid poëzie afgescheiden. Wat daarmee aan te vangen?
Eerste uitwerking
Inmiddels had de organisatiegroep zich ook die vraag gesteld, want vrij algemeen heerste de mening dat het hierbij niet moest blijven. Na een forse breinhoos en wat eerste verkenningen bij de (centrale) directie, bleek er een potje te bestaan voor leerlingenmanifestaties die naast een onderwijskundig karakter ook een representatieve waarde voor de school bezaten. De bundel Polderpoëzie was geboren, een goede en toch niet dure drukker snel gevonden en een presentatie-avond bedacht. Andere creatieve geesten opperden het idee om de beeldende vakken erbij te betrekken en tevens te proberen ook met muziek in gesprek te komen. De manifestatie Polderpoëzie kreeg steeds meer body en werd een troetelkind van de sectie bavo-Nederlands.
Het formaat was voorgeschreven, er moest stevig papier of dun karton worden gebruikt en er diende een passe-partout omheen gemaakt opdat na uitverkiezing de poster kon worden ingelijst in wissellijsten achter matglas. De techniek was vrij: of er nu werd geschilderd (olie- of waterverf), gespat, getekend met wasco of kleurkrijt, geaquarelleerd of wat al niet, maakte niets uit. Als de voorstelling maar aansprak, het gedicht op boeiende wijze in het beeld was verwerkt en daarmee een zekere relatie onderhield, waren de belangrijkste criteria van de leerlingenjury die ook bij de keuze van deze activiteit werd ingeschakeld.
Tijdens de presentatie-avond hingen de circa vijftig fraaiste exemplaren aan tentoonstellingsborden in de leerlingenkantine. Op diezelfde avond brachten diverse leerlingen hun muzikale verwerkingen ten gehore. Tijdens de muzieklessen was er de mogelijkheid geweest om met medewerking van de docent een gedicht op eigen wijze te verklanken. Uiteraard was de diversiteit groot, de kwaliteit verschillend, maar het enthousiasme ontroerend. Er werd gerapt over de pony Snoepie (twee jongens uit de eerste vbo/mavo-stroom), we hoorden gezongen limericks, drie meisjes uit de tweede havo/vwo-stroom brachten op ritmische wijze met percussie-instrumenten het leven van de Egyptische mummie Toet over het voetlicht en drie jongens uit een eerste klas hielden op de volgende manier de spanning erin: eerst een halve minuut hele lichte pianotonen en dan de tekst: ik hou van de lente. Weer een halve minuut dezelfde klanken, zodat je je gaat afvragen waar dit naar toe zal gaan en dan de tekst, gesproken door de tweede knaap: Ik hou van de zon. Hetzelfde weer en de eerste vervolgt met: Ik open de deuren. Pauze. Een dreun op de donkere tonen en de ge-
35