Bundel 13
Dertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
2000
156 pagina's
Een Europees literatuurportfolio
Enkele samenvattende aantekeningen
André van Dijk
Literatuuronderwijs en ontwikkeling. Welke visie hebt u op de ontwikkeling van het letterkundeonderwijs in Nederland in Europese context? Ter vergelijking: een visie op de organisatie en ontwikkeling van de infrastructuur van Nederland staat volop in de belangstelling (Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening, januari 2000); zijn er visionaire richtlijnen voorhanden met betrekking tot het literatuuronderwijs in het Europese Nederland van 2030? Waar hebben jonge leraren zich op te oriënteren?
Legitimering
Waarom houden wij ons bezig met de vraagstelling: door welke leerstellingen laten we ons leiden? Drie vormen van legitimering.
-
Beroepsprofiel leraar secundair onderwijs [Den Haag 1997] taakprofiel 41, contacten onderhouden met bronnen van nieuwe kennis en innovatie, ervaringen systematiseren en onderzoek verrichten; taakprofiel 11, collegiale ondersteuning geven en vragen; taakprofiel 6, eigen deskundigheid voortdurend ontwikkelen.
-
Nota 'Het vak Literatuur op het CLV', pmvo-netwerk GLO, juni 1999: vooruitblik: harmonisatie en standaardisering in internationaal perspectief.
-
Een gevoel van noodzaak (managementwijsheid: de goede dingen doen, de dingen goed doen, de dingen doen samen met anderen, werken met het oog op de toekomst); terwijl de ontwikkelingen zeer snel gaan, 6 miljard wereldburgers, rnegapolisvorrning, mondiale tweedeling, verkeert het voortgezet onderwijs in een crisis (zie www.lemonde.fr het dossier over het onderwijs). De vraag naar een visie is niet verkeerd.
Visie in Europese context
Een opvatting formuleren over de ontwikkeling van het literatuuronderwijs is verre van eenvoudig. Europa is een complicerende factor. Stel dat men overweegt voor het literatuuronderwijs aansluiting te zoeken bij de niveaus van het European Framework of Reference (Uitleg nr. 11, 14 april 1999, http://www.minocw.nlionderwiis/mvtihvo.htm), welke divergerende belangen komen er dan in beeld? Neem de opgave dat een Haiderstemmende leraar uit Oostenrijk die Jelinek en Bernhard afwijst, overeenstemming dient te bereiken met een Deense lerares die met een Vietnamees getrouwd is, samen met een Portugees. Onmogelijk deze diversiteit te managen. Literatuur en literatuuronderwijs is nationaal erfgoed bij uitstek. De belangen zijn zeer groot en zeer uiteenlopend. En worden fel verdedigd. Management of Meaning vraagt hier een grote diplomatieke kundigheid. Of een heldere visie waarin men zich kan vinden. Valt er zo'n visie in Europese context te formuleren? Wie ook maar oppervlakkig kennisneemt van het literatuuronderwijs in een aantal Europese landen, kan spoedig vaststellen dat hier zeer rijke tradities gestalte hebben gekregen. Europese richtlijnen zullen zeer veel bezwaren te overwinnen hebben.
Een enkel voorbeeld zal fricties kunnen aantonen. Een aantal leraren Deense taal en literatuur heeft gereageerd op de onderwijskundige ontwikkelingen in Nederland. Een rector van een lyceum uit Warffum met grote belangstelling voor Denemarken heeft in zijn Scandinavi-
48