Catamaran; ontwikkelen na 'Herkenning en vernieuwing'
Peter Dijkxhoorn en Harry Paus
Het SLO-project Catamaran is een voortzetting van het door de VON aangevraagde SLO-project Een vakcurriculum Nederlands voor de Pabo, dat in oktober 1998 het boek Herkenning en vernieuwing heeft opgeleverd.
Herkenning en vernieuwing is een verslag van een zoektocht naar contouren en uitgangspunten van een vakcurriculum Nederlands op de Pabo(1). In eerste instantie is een inventarisatie gemaakt van opvattingen en meningen van docenten Nederlands op de Pabo. Dat die opvattingen en meningen divers waren, stond op voorhand al wel vast. Toch bleek het mogelijk, onder andere door de analyse van een aantal trends in het taalonderwijs in opleiding en basisschool en door de bestudering van de rollen en taken van de docent Nederlands in de opleiding, om een aantal vrij algemeen gedragen uitgangspunten op te stellen voor de ontwikkeling van een vernieuwd programma Nederlands voor de Pabo.
Over de analyse van die trends, de bestudering van rollen en taken en opstelling van de boven bedoelde uitgangspunten is tijdens de projecttijd voortdurend gecommuniceerd met een zo groot mogelijke groep van docenten Nederlands op de Pabo. Om de communicatie te optimaliseren is een Nieuwsbrief voor docenten Nederlands in het leven geroepen. Gedurende de looptijd van het project is het Netwerk van docenten Nederlands voor de Pabo opgericht, dat vanaf januari 1999 samen met de SLO de Nieuwsbrief voortzet. Recentelijk is aansluiting gezocht bij Netwerk en Nieuwsbrief door LOOKo, het Vlaamse netwerk van docenten Nederlands op Normaalscholen.
Herkenning en vernieuwing
Bij ons onderzoek naar de stand van zaken met betrekking tot programma's Nederlands van de Pabo werd door veel docenten steeds een aantal problemen genoemd. Er is een kloof tussen het programma Nederlands van de Pabo en het taalonderwijs op basisschool; er is een kloof tussen theorie en praktijk in het algemeen. Studenten die stage lopen laten zich bij hun programma op de basisschool leiden door de praktijk van de mentor. Theorie die op de Pabo aan de orde is geweest, wordt slechts mondjesmaat gebruikt. Er is een strijd tussen algemene didactiek en onderwijskunde enerzijds en vakdidactiek en vak anderzijds. Algemene didactiek en onderwijskunde hebben het voortouw genomen bij de ontwikkeling van nieuwe curricula op de Pabo. Dat heeft er in bepaalde gevallen toe geleid dat inhouden van vakken tot slechts voorbeelden werden. Een docent formuleerde het aldus: 'Het gaat er nu niet meer om wat de student doet maar hoe hij het doet. De verpakking staat centraal, terwijl dat vroeger toch het enige was wat je weggooide.'
Een vernieuwd programma Nederlands moet de bovenstaande problematiek te lijf gaan. Verder werd ons duidelijk dat een vernieuwd programma moet steunen op een aantal algemeen onderwijskundige of ontwikkelingspsychologische uitgangspunten. Leerstof moet aansluiten bij het subjectief concept van studenten. De student die de opleiding binnenkomt, is geen tabula rasa. Hij heeft bepaalde verwachtingen van het beroep van leraar op de basisschool en van de studie
1 De projectgroep bestond uit de leerplanontwikkelaar Rudy Beernink (SLO) en de Pabodocenten Anja Swennen (Hogeschool IJselland), Mieke Smits (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) en Harry Paus (Hogeschool Edith Stein). In het najaar van 1998 werd Anja Swennen opgevolgd door Peter Dijkxhoorn (Ichthus-Hogeschool, Den Haag).
51