taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 13

Dertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
2000
156 pagina's

Rebuttal: 'Tenzij hij toevallig even iets weglegde in zijn kamer.'

Een compleet argumentatieschema bevat dus niet alleen stelling en argument(en) maar ook de verzwegen vooronderstelling bij elk argument en de ondersteuning daarvan. Zo'n compleet argumentatieschema bij uitspraken over literatuur maakt het een en ander van de literatuuropvatting van de lezer duidelijk en daardoor wordt niet alleeen de communicatie helderder, maar ook wordt, zoals gezegd, werken aan smaakontwikkeling mogelijk gemaakt.

Terug naar de verontwaardigde Volkskrantlezers: hun verzwegen vooronderstelling was naar alle waarschijnlijkheid: 'tijdschriften met een naakte vrouw op de voorpagina zijn oppervlakkige, op hitsige mannen gerichte bladen'. Ondersteuning waarschijnlijk iets als: 'dat weet ik van mijn bezoeken aan de kapper, want daar kijk ik noodgedwongen wel eens de Panorama, de Aktueel (wie weet, bij 'snelle' kapperszaken wellicht) de Playboy in, en bij dat soort seksistische oppervlakkige bladen staat altijd een naakte vrouw op de omslag'. Een blik in de inhoud van het magazine had duidelijk kunnen maken dat binnen een omslag met een naakte vrouw erop ook heel interessante teksten met veel diepgang vastgeniet kunnen zijn.

Tweede voorbeeldzin: Dit boek is mooi want het loopt goed af. Verzwegen vooronderstelling 'boeken die niet goed aflopen of een open einde hebben, zijn niet mooi'. Ondersteuning zou kunnen zijn 'ik heb eens een boek gelezen dat slecht afliep en dat vond ik niet mooi', of: 'ik kan er niet tegen als de hoofdpersoon, met wie ik zo heb meegeleefd, aan het einde ongelukkig is, of zelfs sterft.'

Derde voorbeeldzin: Dit boek is een meesterwerk, want dat staat in de flaptekst. Verzwegen vooronderstelling: 'wat op een boek staat afgedrukt, is waar, anders zetten ze het niet erop.' Ondersteuning zou kunnen zijn: 'het zijn uitspraken van recensenten, en recensenten zijn deskundigen, dus die zeggen zoiets niet zomaar.'

Vierde voorbeeldzin: Dit boek is slecht want het gaat over pedofilie en dat is smerig. Verzwegen vooronderstelling: 'praten, schrijven, lezen over een moreel onacceptabel onderwerp moet niet mogen'; ondersteuning misschien: 'wat niet wordt gezegd, geschreven, bedacht, bestaat niet; daar word ik dus niet mee geconfronteerd en dat is veilig.'

De verzwegen vooronderstelling is van belang voor leerling én docent, om zicht te krijgen op de smaak van de leerling. Als aan het begin van de Tweede Fase de leerling een leesautobiografie gaat schrijven, is het de bedoeling dat hij voor zichzelf en voor zijn docent een beeld schetst van zijn beginsituatie: wat voor een lezer (niet-lezer) is hij eigenlijk geworden in de loop van zijn nog korte leven? De leesautobiografie is natuurlijk geen opsomming van titels, al kunnen juist heel concrete herinneringen aan (passages uit) opvallende boeken de leerling op weg helpen naar een zo compleet mogelijk beeld van zijn leesvoorkeuren.

De formulering van de verzwegen vooronderstellingen maakt het creëren van een helderder beeld mogelijk. 'Ik vond Kruistocht in spijkerbroekeen mooi boek want de hoofdpersoon was een jongen van mijn leeftijd.' Verzwegen vooronderstelling naar alle waarschijnlijkheid: 'Boeken waarin een jongen van mijn leeftijd de hoofdrol speelt, spreken mij aan.'

'De aanslag is een mooi boek want het gaat over de Tweede Wereldoorlog' Verzwegen vooronderstelling: boeken over de Tweede Wereldoorlog spreken mij aan. Zo zou aan leerling gevraagd kunnen worden om bij te houden wat zijn verzwegen vooronderstellingen zijn. Hoe concreter en hoe completer die lijst, hoe dichter de leerling komt bij wat we zijn literatuuropvatting zouden kunnen noemen, zijn beeld van wat voor hem een waardevol literair werk is. Die literatuuropvatting kan dan vervolgens in de loop van de Tweede Fase verder ontwikkeld worden, door de begeleiding van de docent die daartoe de aanzetten geeft. Die literatuuropvatting is bij vrijwel iedere leerling natuurlijk nog erg vaag, want nog nooit voorwerp geweest van reflectie. Hoe helderder

59

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties