taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 13

Dertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
2000
156 pagina's

die literatuuropvatting te formuleren is, hoe effectiever (en plezierigerl) het literatuuronderwijs zal kunnen zijn.

Elke lezer heeft natuurlijk zo'n min of meer vage literatuuropvatting die samenhangt met zaken als zijn leef- en leessituatie (op het moment dat lezen móet, houdt het voor veel jongeren op om leuk te zijn. Literatuur is dan saai, moeilijk, niet leuk meer). Zijn ervaringen met literatuur, met fictie spelen een rol: is hij voorgelezen en was dat een aantrekkelijk moment van de dag, is lezen überhaupt gekoppeld aan plezierige gevoelens? De levenservaring van de betrokkene speelt mee: wie bijvoorbeeld bang is voor de dood van zijn ouders, zal in veel gevallen erg geboeid zijn door boeken die over dat onderwerp gaan; als een jongere in de praktijk met het verlies van een van zijn ouders wordt geconfronteerd, is hij de eerste tijd helemaal niet geïnteresseerd in lezen over dat onderwerp, maar daarna vaak juist weer heel sterk. Leerlingen met een 'belast' verleden gaan over het algemeen heel wat intensiever om met literatuur dan leeftijdgenoten die nog 'niets' hebben meegemaakt.

Een factor die belangrijk is bij iemands literatuuropvatting is de mate van zijn `willing suspension of disbelief': in hoeverre beschikt hij over de bereidheid, of het vermogen om mee te gaan in een verzonnen wereld? De een likt zijn lippen af bij SF, de ander vindt er werkelijk helemaal niks aan, hij wil met beide benen op de grond blijven staan. Hoe open iemand staat ten opzichte van nieuwe ervaringen is ook een belangrijk punt. Leessmaak ontwikkelen doe je niet met het zomaar op het bordje van de leerling deponeren van een tekst `Lees maar, dit is lekker', maar je sluit aan bij wat de leerling waardeert en maakt duidelijk wat hij ongeveer kan verwachten als hij aan deze volstrekt 'andere' tekst begint.

De literatuuropvatting van een individu hangt ook samen met zijn flexibiliteit op het gebied van normen en waarden: hoe gemakkelijk is hij te shockeren, hoe open staat hij tegenover volstrekt afwijkende denkbeelden? Iemands 'oog voor schoonheid', taalgevoel speelt ook een rol. Kortom, allerlei factoren moeten mee bezien worden als we proberen zicht te krijgen op iemands literatuuropvatting. Wie leerlingen wil gaan vragen naar hun literatuuropvatting doet er goed aan, eerst eens te proberen om zo concreet mogelijk de eigen opvatting te schetsen. Hoe komt het dat je wel van Mulisch maar niet van Brakman, wel van Bloem en Nijhoff maar niet van Rawie houdt? Waarom 'kun je niks' met Reve en stoor je je aan Giphart, terwijl je Moens al niet eens uit de schappen haalt en Vestdijk eigenlijk ook echt als 'dood' ervaart? Waarom zijn die regels uit dat ene gedicht zo van waarde voor je en kun je je bepaalde scénes uit dat ene boek bijna woordelijk herinneren terwijl je bij andere boeken na een week al vrijwel helemaal vergeten bent wat er eigenlijk in gebeurde? Een nuttige en leerzame (en toch leuke) invulling ook van een sectiemiddag, als voorbereiding op het werken met deze aanpak in de klassen.

Nog even wat andere aspecten van smaakontwikkeling. Het ontwikkelen van iemands smaak impliceert het vergroten van zijn waarnemingsvermogen, van zijn inlevingsvermogen, en van zijn oordeelsvermogen. Het waarnemingsvermogen vergroten houdt in dat de leerling geleerd wordt, meer oog te krijgen voor details, voor subtiele ontwikkelingen, voor het minder dik aangezette del van de situatieschildering. Door waar dat nuttig lijkt, leerlingen te vragen om passages uit een verhaal te vertalen naar hun eigen alledaagse situatie kan gewerkt worden aan het ontwikkelen van hun inlevingsvermogen (`hoe zou het zijn als jij nu zou merken dat je je geheugen kwijtraakt?' `Hoe zou jij je voelen als je straks thuis zit te mensergerjenieten met je ouders en je broer en van het ene op het andere moment zijn zij er niet meer, ben je de enige overlevende?' `Wat zou jouw reactie zijn als je de sleutels van een gloednieuwe Ferrari krijgt overhandigd als je tenminste even die twee hondenbolussen die daar net zijn neergelegd, opeet?'). Wie zorgvuldig waarneemt en zich goed kan inleven in andermans situatie, kan tenslotte ook een afgewogen oordeel uitspreken over wat hij tegenkomt.

Met enig effect werken aan het waarnemings-, inlevings-, maar vooral het oordeelsvermogen kan alleen bij leerlingen die daar in hun ontwikkeling aan toe zijn. De Amerikaanse ontwikkelingspsy-

60

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties