choloog Parsons heeft de stadia omschreven die een kind doorloopt op weg naar een volwassen kunstopvatting. Hij beschreef dat proces vanuit de schilderkunst, maar wat hij zegt is zonder al teveel moeite te vertalen naar de literaire ontwikkeling. Hij stelt dat het jonge kind uitsluitend associatief kijkt, het iets oudere kind zoekt naar gelijkenis, zoekt herkenning. In de puberteit gaat het om de expressiekracht van het gebodene, daarna krijgt de jongere (aangeleerd?) oog voor de vorm, de structuur, de techniek. Pas tegen het einde van de puberteit - in de bovenbouw van ons voortgezet onderwijs, staat de jongere echt open voor reflectie op zijn receptie, wat kan leiden tot interpretatie en evaluatie. Reflectie over esthetische en ethische aspecten is dus pas in dit laatste stadium mogelijk.
Belangrijk is dat deze stadia elkaar aanvullen, dus niet elkaar uitwissen. Ons kijken, maar zoals gezegd mag hier gerust gesteld worden, ook ons lezen leidt tot een eerste spontane reactie, gebaseerd op associaties (op emotioneel niveau), de 'echtheid', de herkenbaarheid wordt 'gemeten', zo ook de zeggingskracht; we taxeren de vorm, de structuur, de techniek en komen via reflectie op onze receptie tot interpretatie en evaluatie. Natuurlijk is dit geen keurig 'lineair proces', geen stap voor stap afwerken van een vastliggend lijstje, natuurlijk lopen allerlei 'fasen' uiteindelijk door elkaar, maar een min of meer volwassen lezer, u en ik, en ook onze TweedeFaseleerling moet op al deze stappen aan te spreken zijn.
Zonder dat dit vele uren van onze kostbare contacttijd kost, is het met enkele eenvoudige voorbeelden aan leerlingen aan te tonen hoezeer al de bovengenoemde aspecten bewust, maar vaker onbewust meespelen in onze reactie op een tekst; denk aan onze associaties bij losse woorden, bij een titel, bij formuleringen in een verhaal bijvoorbeeld. Vervang in de titel van Burniers verhaal Giovanni en de heksen de eigennaam: `Jan en de heksen', of maak er 'Giovanni en de vrouwen' van en realiseer je het verschil in effect, het effect van associaties dus. Of maak van Sjakie en de chocoladefabriek 'Jacques en de chocoladefabriek'. Als laatste voorbeeld een compleet kort verhaal:
Toen een boer merkte dat zijn vrouw hem bedrogen had, liet hij de tafel dekken voor drie. En ze aten de rest van hun leven met een blik op het derde, lege bord voor hen. (Uit: De stofwolk van Tonino Guerra)
Verander 'boer' bijvoorbeeld in 'leraar', 'Chinees' of 'dominee', of verander de geslachten: 'Toen een boerin merkte dat haar man haar bedrogen had...'; realiseer je de effecten van de associaties bij deze woorden in deze context, en dus, ruimer, de effecten van associaties bij lezen in het algemeen.
Terug naar de literatuuropvatting: vanuit de waardeoordelen die we uitspreken en met name dan vanuit de verzwegen vooronderstellingen die daaraan ten grondslag liggen, moet het mogelijk zijn om te komen tot de formulering van onze literatuuropvatting, die weer te geven is in twee rijtjes: 'Ik houd van literatuur die....' en 'Ik houd niet van literatuur die....'
Die lijstjes geven een helder beeld van de eigen smaak, wat als uitgangspunt kan dienen voor smaakontwikkeling: welke uitspraken in de 'negatieve' lijst berusten op vooroordeel, welke op ervaring, waar kan aan gesleuteld worden, en wat is onveranderbaar. Veranderingen zijn natuurlijk al opgetreden in de loop van de afgelopen jaren. Uit de leesautobiografie van leerlingen liet ik hen lijstjes als de onderstaande destilleren:
Ik houd van open eindes
zielige verhalen
verhalen over leeftijdgenoten verhalen over de oorlog spanning
humor
61