leerling zichzelf nog weinig kan bijsturen. Veel beter is het om constante voeding te geven voor deelprocessen van het geheel.
Daarom bieden we de leerlingen van bij het begin opdrachten Nederlands aan die ze kunnen gebruiken bij het uitvoeren van GIP-delen in andere vakken. Hierbij proberen we zoveel mogelijk communicatieve vaardigheden te betrekken. Naast lees- en luistervaardigheid komen vooral schrijf- en spreekvaardigheid aan bod. Ondertussen bouwen we ook een bestand van opdrachten 'huiswerk' op dat we niet artificieel hoeven te zoeken, maar dat door de leerlingen als zinvol ervaren wordt.
3. Het gebruik van communicatieve vaardigheden binnen het vak Nederlands voor de gip
Hieronder volgt een reeks van gradueel opgebouwde oefeningen in schrijf- en spreekvaardigheid die leerlingen nodig hebben bij het opbouwen, uitwerken en presenteren van hun dossier. De meeste oefeningen kun je vooraf in een jaarschema plannen. Toch blijft het occasioneel begeleiden van een plots opduikend probleem even belangrijk om leerlingen te motiveren om hun informatie doelbewust en kritisch te leren verwerken.
september-oktober
De brief om informatie
Nadat de leerlingen hun onderwerp en hun groep gekozen hebben, kunnen ze beginnen met informatie te verzamelen. Hierbij is het belangrijk dat ze diverse instanties stijlvol om informatie kunnen vragen. Een verzorgde en persoonlijke toets in de brief kan bepalen of de geadresseerde dienst antwoordt of niet. Vanaf het begin besteden we bijzondere aandacht aan consequent gebruik van normen en conventies. Wij gebruiken hiervoor de BIN-normering. Wellicht bestaat er ook een Nederlandse equivalent hiervoor.
Bij deze oefening krijg je ook de kans om ICT zinvol binnen het vak te laten gebruiken. Leerlingen kunnen immers ook om informatie mailen. Strikte normering is hierbij minder belangrijk, maar de criteria verzorgd, persoonlijk en beleefd blijven uiteraard van toepassing!
Spellingsoefeningen
De leerlingen moeten zich van bij het begin bewust zijn van het maatschappelijk belang van een correcte spelling. Vaak zijn ze nu meer dan ooit gemotiveerd om juist te schrijven. We beginnen met een korte test op de werkwoorden. Wie hier slecht scoort, kan persoonlijke feedback en informatie over de werkwoordtheorie krijgen. Leerlingen moeten daarna zelf beslissen om zelfstandig oefeningen te maken aan de hand van pc-opdrachten met zelfcorrectie of invulbladen die ze aan de leerkracht laten zien.
Daarnaast blijven we speciale aandacht hebben voor de moeilijkste punten van de nieuwe spelling: aaneenschrijven, koppel- en deelteken, tussenletters en Engelse werkwoorden in het Nederlands. Leerlingen krijgen – gespreid over het hele jaar – specifieke opdrachten op deze knelpunten. Ook hier kunnen ze de theorie in een zelfstudiepakketje doornemen. Terzelfdertijd geven we de leerlingen informatie over interessante naslagwerken (Het Groene Boekje, de Spellingwijzer Onze Taal, andere woordenboeken...) waarmee ze de oefening feilloos kunnen maken. Het mag duidelijk zijn dat we hier de attitude van de opzoekspelling (naast de regelspelling) bijzonder promoten.
Bronnen noteren
De leerlingen gaan bij het begin van het project tijdens de lessen op bibliotheekbezoek. Het is van belang dat ze zo vlug mogelijk relevante bronnen leren vinden. Binnen de lessen Nederlands krijgen ze instructies om deze bronnen in citaten, voetnoten of in bibliografie van in
64