taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 13

Dertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
2000
156 pagina's

Bijlagen.

Ad Sheet 5: definitie Open Leren: cursisten krijgen klassikaal les van een docent en worden aangestuurd om een gedeelte van de leerstof docentonafhankelijk uit te voeren. Dit doen ze via buitenschools leren, taalstages en taalervaringsplaatsen. In het Open Leercentrum doen ze dit door zelfstandig COO-, lees-, schrijf-, luister- en rekenopdrachten uit te werken.

5. Het weekprogramma van de cursist.

Het Open Leercentrum is een ruimte waarin een groot aantal computers staat opgesteld, maar waar je ook meerdere hoeken met studietafels aantreft. Cursisten komen naar het OLC voor:

  •  Inoefenen en verwerken van het geleerde in de klas op de computer

  •  Inoefenen en verwerken van de leerstof behorend bij de vaardigheden schrijven, lezen en luisteren

  •  Taalleren m.b.v. educatieve software

  •  Differentiëren en remediëren

  •  Rekenen, circuitmodel

Het inoefenen en verwerken is met nadruk zo gesteld, omdat er altijd een verband is. Globaal gezegd is voor elke groep op de Taalschool de verdeling klassikaal/OLC: 6 uur OLC, 15 uur klassikaal. Voor de cursisten die met Nieuwe Buren werken (een complete multimediale methode NT 2) is de verdeling anders. Ook de avondgroepen hebben uiteraard een andere verdeling.

6. Format planformulier: leerstof in het OLC wordt gepland door de groepsdocent(en) en houdt dus altijd verband met de groepslessen.

Cursisten kunnen niet vanaf het begin zelfstandig aan de computer werken. Zij worden daarop voorbereid. Bij elke start van een nieuwe periode (drie keer per jaar) zijn er introductielessen. Daarna gaat bij de beginnersgroepen van de afdelingen laag en midden een extra docent mee om de OLC-begeleider te assisteren. Na deze periode is gebleken dat alle cursisten van laag tot hoog in staat zijn om zelfstandig met de computer te werken.

De groepsdocent levert zijn planning uiterlijk drie dagen voor de OLC bijeenkomst in bij de onderwijsassistent. Die voert alle planningen op de computer in. Momenteel proberen we hierbij nog effectiever te werken. Docenten die Word beheersen, hebben van de onderwijsassistent een format van de planning gekregen en voeren zelf de planning in. Cursisten horen ook aan het begin van de nieuwe lesweek wat het totale programmam voor die week is en weten dan ook wat zij in het OLC moeten doen. De cursist zoekt vervolgens een plaats en gaat aan de slag. Hij haalt indien nodig een cd-rom aan de balie en een bijbehorende scorelijst. De cursist vult zelf de score in. Meestal houdt de computer ook de score bij, maar onze ervaring is dat daar nog wel eens wat mis bij gaat (ijsbreker docentbeheer). Bovendien is het voor de groepsdocent snel in te zien. Aan het eind van de OLC bijeenkomst vult de begeleider een terugrapportageformulier in, waarin hij iets zegt over de

  •  hoeveelheid geplande leerstof

  •  moeilijkheidsgraad

  •  houding van de cursist

  •  problemen of knelpunten

en eventueel een tip geeft voor volgende planning.

Goed contact tussen de OLC-begeleider en de groepsdocent is belangrijk. De begeleider stimuleert de cursisten zoveel mogelijk gebruik te maken van hun zelfstandig leervermogen en spoort hen aan om een actieve leerder te worden.

Eerder heb ik al iets gezegd over opvattingen over zelfstandig leren. Voor allochtonen is deze problematiek nog extra speciaal. In andere culturen is men namelijk al helemaal niet gewend aan deze manier van leren. De docent is daar een autoriteit, van wie je opdrachten krijgt, maar die in veel culturen ook onmiddellijk een antwoord geeft op je vraag. (klassikaal, frontaal: beelden van scholen in China; Somalië, kastensystemen: mindere prestaties mogen vaak helemaal niet aan het daglicht komen). Het is dan ook heel vreemd als je aan je begeleider vraagt: 'Wat moet ik doen?' en je krijgt als antwoord: ik weet het ook niet'.)

De manier van begeleiden vraagt om structurering. We zien hier momenteel nogal eens verschillen. Natuurlijk mag je persoonlijke accenten ook best gebruiken, maar over het algemeen is er natuurlijk over die begeleiding wel wat te zeggen. Wanneer grijp je in? Wanneer roep je een aantal cursisten bij elkaar om een probleem uit te leggen? Hoever laat je cursisten gaan in de samenwerking? Hoe verschillend begeleid je bij laag, midden of hoog? Hoe goed ben je op de hoogte van de inhoud van alle

70

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties