taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 14

Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
André Mottart
2001
480 pagina's

beschrijf ik hoe we dit concept in lessen Nederlands in de secundaire school en in de vakdidactiek Nederlands in de lerarenopleiding hebben geïntroduceerd.

Vlaanderen is een belated nation vergeleken met bijvoorbeeld Nederland. In Vlaanderen ben ik zelf nog opgevoed en opgeleid – gesocialiseerd heet dat tegenwoordig – met de verkwikkende gedachte dat Vlaanderen een eigen cultuur en literatuur had. In elk geval werd mij – ons dus – een herinnering aangeleerd op zo'n manier dat ik zou denken dat het mijn herinnering was. Tot vandaag leven dergelijke opvattingen. Een tijdje geleden wilde prof Chris Vandenbroecke (politicus en historicus) drie uitdagingen opgenomen zien in de vakoverschrijdende eindtermen: "Vlaming zijn om Europeeër te worden en andere culturen te ontmoeten"; "zich bewust zijn van zijn culturele eigenheid" ; en - hier komt het -"een Vlaams bewustzijn spontaan uitdragen." Kijk, dat werd ons geleerd in 'het schoolvak Nederlands': een Vlaams bewustzijn spontaan uitdragen. Niet dat ik beweer dat we dit vandaag moeten afleren, maar in elk geval kunnen we het zo niet meer aanleren. Maar hoe leren we voor de helft aan? En voor de andere helft af?

Dat was een centrale vraag in een project dat we aan de Universiteit Gent ontwikkeld hebben.

Voor het middelbaar onderwijs kozen we een icoon van de Vlaamse letterkunde (of van het Vlaamse onderwijs?): onze 'Leeuw van Vlaanderen'. Leraren literatuur introduceerden generaties leerlingen in Consciences relaas van de Guldensporenslag zoals beschreven in De Leeuw van Vlaanderen. Medio de jaren tachtig moest Vlaanderen zich echter gaan meten met Europa en werd het gezwollen patriottisme doorprikt vanuit een Europees en zelfs een ruimer westers en multicultureel perspectief Meteen werd de leraar literatuur geconfronteerd met een nieuwe uitdaging: het thematiseren van de eigen identiteit. Het problematiseren van vooroordelen.

Om aan deze nieuwe uitdaging tegemoet te komen introduceerden we lessen waarbij de leerlingen werden geconfronteerd met een inventarisatie van de receptie van Consciences werk in het algemeen en van De Leeuw van Vlaanderen in het bijzonder in schoolboeken van 1909 tot vandaag. In groepjes dienden zij de evolutie van de wijze waarop over Conscience gedacht werd en wordt - van een absolute verheerlijking over een voorzichtige kritiek naar een deconstruering van zijn (wel heel Vlaams) wereldbeeld - te bespreken en aan de klas te rapporteren. Het geven van deze nieuwe lessen was geen sinecure: vaak wordt immers kritische reflectie op de eigen geschiedenis en natievorming, de 'onttovering' ervan, met nestbevuiling geassocieerd. Dit was in mijn eigen praktijk niet anders.

Maar ook Nederland wordt vandaag met zijn 'nationale identiteit' geconfronteerd. De Europese éénmaking verplicht de Nederlander - aldus Van Doorn (1989) - "te rade (te) gaan bij cultuurgemeenschappen die zich zonder de protectie van een staatsbestel wisten en weten te handhaven. Niet alle culturen en taalgroepen hebben het immers tot de vestiging van een eigen staat kunnen brengen". Vlamingen en Nederlanders delen dus de bange vragen uit kleinere taalgebieden (of mag ik volk gebruiken?). Een gedeeld probleem bevordert herkenning en erkenning van het discours.

En onlangs verscheen in NRC-Handelsblad een artikel waarin R.F.M. Lubbers (econoom en no-nonsense politicus) zowaar de elitecultuur weer omhelst. Lubbers blijkt geïnspireerd door de crisis in de huidige cultuur die volgens hem veroorzaakt wordt door kapitalisering, mediatisering, politisering en infantilisering. De remedie tegen zoveel verloede-

Inleiding I IX

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties