taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 14

Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
André Mottart
2001
480 pagina's

INLEIDING André Mottart

Het Schoolvak Nederlands. Geef toe - in deze tijden van studiehuis, studiewijzers, profielwerkstukken, geïntegreerde proeven... - een benaming van wat ouderwets, zelfs wat oubollig aandoet.

Nochtans: het is altijd mijn vak geweest. Eerst als leraar in het secundair onderwijs, nadien als lesgever en als onderzoeker aan de Universiteit Gent. Het eerste woord dat ik aan de universiteit bijleerde was problematiseren. Een modieus woord dat ondertussen volop een `buzzword' is geworden. We lossen niks meer op, we problematiseren en we thematiseren. Toch wil ik – met de nodige ironie - die concepten au sérieux nemen. Dus toch met de nodige ernst. Want ik ben niet vergeten dat ik ooit ernstig als leraar Nederlands ben begonnen.

Als kind van mijn tijd kan ik niet anders dan vanuit het literatuuronderwijs beginnen. Daar hoort - als vanouds in ons vak - een gedicht bij:

Een heldere straat. Huizen. Zon.

Zo wou ik dat ik schrijven kon.

En dat elk ding dat ik noemde er dan ook was. Zoals een leraar die Janssens (aanwezig, meneer!), Peeters (aanwezig!), Van der Plas (present!) afroept in zijn klas.

Maar ik schrijf over wat niet meer is.

Over jou. (stilte.) Jij daar. Jij. (Geen antwoord.)

Of ik schrijf over wat nog moet komen.

Over een maatschappij

met een gedicht als grondwet en

een minister van dromen.

Ik schrijf over wat komen moet en wat ooit was.

Ik ben een leraar voor een lege klas.

(Herman De Coninck 1998: 208)

Wie wil nou een leraar zijn zonder klas? Toch overheerst vandaag dat gevoel bij leraren Nederlands. In talrijke publicaties heerst een klaagdiscours waarvan ik hier slechts één (recent) voorbeeld geef. In de essaybundel De ontdekking van de wereld ventileert Cyriel Offermans, die sinds 1972 werkzaam is als literatuurdocent in het Nederlands voortgezet onderwijs, zijn meningen over de achteruitgang van de leesvaardigheid van leerlingen.

Als je Offermans mag geloven is het al kommer en kwel. Zijn klachten zijn voor ieder die met het onderwijs Nederlands begaan is, voorspelbaar. Leerlingen zijn niet meer in staat om een eenvoudig verhaal te lezen... Ook al niet omdat het hele referentiekader verdwe-

Inleiding I VII

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties