taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 14 | Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2001)


Bijdrage: Historische teksten in de klas (Hubert Slings)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Daardoor dreigt vooral de historische literatuur het kind van de rekening te worden. Weliswaar wordt van vwo-leerlingen gevraagd om van de 12 werken die ze moeten lezen er minstens drie vóór 1880 te kiezen. Maar zoals gezegd, ontbreekt het aan geschikte tekstedities om de leerling voor te zetten, zeker als die aan het Tweede Fase-adagium van `zelfstandigheid' moet voldoen. Bovendien ontbreekt die verplichting op het havo, en ook het verwerven van kennis over de hoofdlijnen van de literatuurgeschiedenis behoort daar niet tot de eindtermen. Nu betekent dat niet automatisch dat op het havo de oudere letterkunde is afgeschaft – zoals sommige mensen beweren – maar het ontbreken van eindtermen is uiteraard geen stimulans voor het lezen van oudere teksten.

Daarbij komt dat de educatieve uitgevers geneigd zijn om zich op de minimumeisen te richten, met als gevolg dat de hoeveelheid bladzijden voor de literatuurgeschiedenis in de meeste literatuurboeken op twee of drie handen te tellen is.

2 Tekst in Context

Hoort historische literatuur in het onderwijs thuis?

Over de vraag of historische literatuur in het onderwijs thuishoort, wordt al minstens een eeuw lang verschillend gedacht, en het is dan ook geen vraag die simpel met ja of nee beantwoord kan worden.

Zelf ben ik van mening dat historische literatuur in het onderwijs een belangrijke rol kan vervullen. Allereerst ter stimulering van het historisch besef, iets waar zeker in de huidige samenleving veel behoefte aan is (Slings 2000, 159-161). Onze huidige cultuur, zowel in engere als in bredere zin, steunt nog voor een flink deel op de cultuur zoals die zich sinds de Middeleeuwen gevormd heeft. Daarnaast zijn ook functies als cultuuroverdracht, individuele ontplooiing, maatschappelijke bewustwording en wereldoriëntatie gebaat bij kennismaking met oudere cultuurfasen. Zo steunt het literaire principe van de intertekstualiteit op het feit dat lezers hun klassieken kennen.

Als argument om historische literatuur uit het curriculum te verwijderen wordt door beleidsmakers vaak geponeerd dat leerlingen absoluut niet meer te porren zijn voor 'die oude troep'. Uit een empirisch onderzoek dat ik onder ruim 250 leerlingen heb gehouden, blijkt dat echter nogal mee te vallen. Op de vraag of het hen leuk leek om een middeleeuwse tekst te lezen, antwoordde 67% van de 4e klas-havisten en 82% van de dito vwo-ers positief. Meest gegeven verklaringen hierbij waren: het is interessant om te weten hoe je voorouders leefden en dachten; en het is weer eens wat anders.

Een laatste argument voor historisch literatuuronderwijs is het feit dat het voor verreweg de meeste leerlingen eindonderwijs is. Als ze op school niet met de oudere cultuur in contact worden gebracht, is de kans dat het later ooit nog zal gebeuren erg klein, terwijl kennis van de cultuur van hen die ons voorgingen wel degelijk als levensverrijking beschouwd kan worden.

Tekst in Context

De tot voor kort beschikbare edities waren – een enkele uitzondering daargelaten – niet geschikt om zelfstandig door de leerling bestudeerd te worden, zeker niet als hij voorkennis op het gebied van geschiedenis, christendom en klassieke oudheid grotendeels ontbeert.

Historische teksten in de klas - Hubert Slings 1119

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties