taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 14 | Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2001)


Bijdrage: Leerstijlenonderzoek als evaluatie-instrument voor begeleiding tot zelfstandig leren (Peter Van Petegem & Luc Vercammen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Een onderwijskundig relevante vraag is de vraag naar de effecten van dit alles. We mogen verhopen dat tijdens het doorlopen van de opzet in het 2e semester de leerlingen op een meer bewuste wijze hun leren aansturen en op een meer diepgaande wijze leren verwerken. Dit zou zich moeten doordrukken in de resultaten op de verschillende schalen van de ILS-VO.

Aan de hand van t-toetsen kunnen we nagaan of er verschillen bestaan in de schaalgemiddeldes bij de afname bij het begin van de eerste semester en op het einde van de tweede semester.

De cijfergegevens reveleren een aantal 'onderwijskundig optimistische' resultaten. We zien immers een significante toename van 'diepteverwerking' als verwerkingsstrategie.

Noch bij de regulatiestrategieën, noch bij de leeroriëntaties worden significante toenames of afnames gevonden. In vergelijkbaar onderzoek in het schooljaar 1998-1999 bleek dit wel het geval voor 'zelfsturing' (toename) als regulatiestrategie, en `certificaatgerichtheid' (toename) en 'beroepsgerichtheid' (afname) als leeroriëntaties.

Als we vaststellen dat het opzet –alleszins gedeeltelijk- in zijn doelen slaagt, dan willen we niet nalaten te corrigeren naar de verschillen in verandering van leerstijlprofiel voor de verschillende leerlingen. Profiteren met andere woorden alle leerlingen van het opzet, of geldt hier het vaak voorkomend Mattheuseffect (2)? Halen de leerlingen die reeds sterk scoren op de verwerkingsstrategieën meer profijt uit de opzet dan de leerlingen die zwakker scoren, natuurlijk gezien in het licht van de doelstellingen van het opzet.

We zullen op deze plaats niet ingaan op de technieken die daarvoor gebruikt werden (zie Van Petegem & De Maeyer, 1999). Maar globaal genomen zijn de resultaten positief te noemen.

Alle leerlingen blijken een toename te realiseren op de relevante schaalscores (bv. diepteverwerking). Sterker nog, de 20% leerlingen met de laagste scores weten een beduidend hogere score te realiseren op het moment van de tweede afname.

7 Conclusies

Deze bijdrage heeft het belang geschetst van een leertraject 'leren leren' voor leerlingen van het secundair onderwijs om leerlingen leerbekwaamheid bij te brengen met het oog op hun vervolgopleiding. De opbouw van de leerlijn gebeurt geleidelijk èn systematisch en kent een vertaling in een didactiek waarin constructieve fricties worden ingebouwd in het vijfde en zesde jaar. Een orgelpunt vormt het zesde (laatste) jaar waarin met name een flexibel taken- en toetsenbeleid de leerlingen expliciet aanspreekt op de beoogde vaardigheden.

De opzet wordt in het zesde jaar geëvalueerd aan de hand van de Inventaris Leerstijlen, die zich daartoe uitstekend leent. De resultaten blijken bemoedigend. Naast de vastgestelde gemiddeldes voor gebruik van b.v. verwerkingsstrategieën, zijn de verschillen binnen de groep onderwijskundig gesproken minstens van even groot belang.

Een belangrijke vaststelling is dat de leerstijlen van alle leerlingen veranderbaar zijn, en niet enkel van de bollebozen. Gegeven de samenhang tussen leerstijlen en studieresultaten (hier toegespitst op de resultaten Nederlands) ligt hier een belangrijke opportuniteit weggelegd voor de uitbouw van een adequate begeleidingsdidactiek tot verhoogd zelfverantwoordelijk leren.

Leerstijlenonderzoek als evaluatie-instrument - Peter Van Petegem & Luc Vercammen 1229

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties