taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 14 | Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2001)


Bijdrage: Moeilijk lerenden in de Internationale Schakel Klas (Marleen Miedema & Theun Meestringa)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

4.2 Lesbeschrijving 2, School twee

"Groep 16+

Lesmateriaal: Ijsbreker 1 en 2, eigen materiaal voor beginners, en Zestien plus Leerlingen: 11, waarvan èèn meisje

Donderdag 14.20 - 15.40 (officieel tot 16.00 uur)

- Verloop van de les

`Heb jij de toets gemaakt?' vraagt de lerares aan een van de leerlingen, nadat ik vlak na het begin van de les het lokaal binnenkom en gedag gezegd heb. De leerlingen zitten aan drie tafelgroepen en hebben hun boeken en werkboeken al voor zich. De docent zit aan een tafelgroep voor het bord. De aangesproken leerling moet de toets nog maken en krijgt die uitgereikt. Hij gaat aan de groepstafel daarmee aan het werk zonder daarbij verder gestoord te worden door zijn medetafelgenoten.

De meeste leerlingen zijn al aan het werk. Met een paar leerlingen moet nog wat geregeld worden, maar al snel gaat de lerares het persoonlijke werk nakijken.

"Eens kijken wie er van mij zijn," zegt de lerares en daarna roept ze die leerlingen om de beurt bij zich om het werk na te kijken en de duo-opdrachten te doen. In de 16+ heeft iedere leerling een eigen programma. Dat heeft tot gevolg dat ze de zes / acht lesuren Nederlands die ze elke week hebben, niet allemaal bij hun 'eigen' docent / mentor kunnen volgen. Die eigen docent moet het werk van zijn leerlingen nakijken om zicht te houden op de resultaten en voortgang. Tijdens deze gesprekken die voor iedereen te volgen zijn, werken de andere leerlingen rustig door. Ze laten zich hier vrijwel niet door afleiden.

Als ze door haar eigen leerlingen is, kunnen de andere leerlingen komen. Het meisje meldt zich, en met haar doet de lerares de duo-opdrachten uit de Ijsbreker. Die duo-opdrachten houden in dat de lerares voorleest wat er staat en op basis daarvan kan de leerling de oefening maken. Voorbeelden: de leerling moet aangeven of ze een korte of lange klank hoort: `o' of `oo', en 'hoor je een 'h' aan het begin van het woord?', en 'hoeveel woorden hoor je (in deze zin)?'

Tijdens deze tweegesprekken, waar de lerares de hele les haar tijd aan besteedt, en die ze hartelijk met de leerlingen voert, vraagt ze zo nu en dan door op de vragen uit het boek. Op bepaald moment is er bijvoorbeeld sprake van kleuren van kleding. Welke kleur vind jij mooi? vraagt ze de leerling die bij haar zit. 'Zwart', antwoord hij. 'En voor een trui?' vervolgt ze het gesprek. De leerling moet even nadenken. 'Rood, wit.' 'Precies de kleuren die je nu draagt,' antwoordt de lerares. Even later, als het gaat over hoe bruid gekleed gaat, vraagt ze hem: 'Wat voor kleur moet een trouwjurk zijn?' 'Wit.' 'En wat voor kleuren hebben trouwjurken in Siërra Leone?' De leerling verteld dat de vrouwen verschillende kleuren dragen, en dat er een speciale sari is voor de bruiloft.

De leerling die iets nodig heeft, mag hierop inbreken, bijvoorbeeld om een cassette en bijbehorende werkbladen te vragen, omdat hij even iets anders wil doen(?). Zo is er ook een

Moeilijk lerenden in de Internationale Schakel Klas - M. Miedema & T. Meestringa 1239

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties