taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 14

Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
André Mottart
2001
480 pagina's

goed kan plaatsvinden binnen het kader van een gekozen thema. Dat kan betekenen: kiezen voor de taalhandeling in de onderbouw en thematisch werken in de bovenbouw. Daarmee kan de docent Nederlands althans in de Nederlandse situatie goed aansluiten bij wat de leerlingen in de Tweede Fase bij andere vakken moeten doen op het gebied van informatie verzamelen, verwerken en presenteren. De eindtermen Nederlands in de Tweede Fase zijn sterk vaardigheidsgericht. Deze samenhang tussen activiteiten bij verschillende schoolvakken, waaraan het helaas meestal ontbreekt, zal voor de leerling het nut van de aangeleerde en getrainde vaardigheden duidelijk maken.

In Veendam zijn we bezig in het kader van Taalbeleid voor de bovenbouw zoveel mogelijk belemmeringen op taalgebied voor zwakkere en sterkere leerlingen weg te halen. In de Tweede Fase wordt het onderwijs in alle vakken veel taliger van inhoud: leerlingen moeten bij veel meer vakken onderzoek doen, informatie verzamelen en verwerken, rapporteren, presenteren, enz. Het is zaak te zorgen dat op deze belangrijke gebieden van taalvaardigheid transfer optreedt, anders lekken de leereffecten weg.

Onderwijs moet effectief zijn: blijvend resultaat opleveren in een beperkte tijd. Daarvoor is nodig dat docent en leerling het doel van de leerstof goed begrijpen. Er moet per hoofdstuk, maar ook door de hoofdstukken heen, een duidelijke leerlijn zijn. Bij thematisch werken is die leerlijn per definitie minder duidelijk, maar daar staat tegenover dat er natuurlijke toepassingsmogelijkheden zijn. De leerlijn kan via reflectie, b.v. door keuzes duidelijk te laten motiveren, in beeld gebracht worden. Het lijkt mij duidelijk dat thematisch werken ook vanuit deze invalshoek beter op zijn plaats is in een bovenbouwprogramma.

Het moet voor de leerlingen prettig zijn met lesmateriaal te werken. Daarom moet het duidelijk en overzichtelijk zijn, aansluiten bij de mogelijkheden, maar ook een beroep doen op de talenten van leerlingen. Te veel lesmateriaal is docentenmateriaal: probleemloos en praktisch. Met alle begrip voor de zware belasting van de docent moedertaal, ik merk dat leerlingen op de automatische piloot werken. De taak is af en ze hebben niets geleerd. Een doordacht didactisch concept met geschikt lesmateriaal is nodig. In mijn visie is werken vanuit taalhandelingen effectief in de onderbouw; in de bovenbouw blijf ik thematisch werken.

Noten

1 Het Kit-model is door Simons en Zuylen ontwikkeld op basis van de ideeën van

de onderwijskundige Monique Boekaerts. Het geeft drie fasen van het leren van de leerling aan:

1 de leerling doet kennis op, K

2 de leerling integreert die kennis in al aanwezige kennis, I

3 de leerling gaat de geïntegreerde kennis toepassen, T

De docent die vaardigheidsonderwijs nastreeft, laat de leerling deze drie fasen doorlopen. De meest toegankelijke bron is 'Een staalkaart voor zelfstandig leren' onder redactie van Jos Zuylen (Tilburg 1994).

30 I Taalhandeling of thema als uitgangspunt bij het aanleren van taalvaardigheden? - Tom Oud

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties