taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 14 | Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2001)


Bijdrage: Schrijven over lezen. De digitale leeskring op de Fontys Pabo Den Bosch (Bart van der Leeuw)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

afstand kost tijd en daar ontbrak het aan. In het tweede uitvoeringsjaar nemen er meer docenten deel aan de digitale leeskring en is daarmee de begeleidingstijd per leesgroepje aanmerkelijk verruimd.

4 Reflecties van de opleider over lezen en schrijven

4.1 Hoe houden/krijgen we de studenten aan het lezen?

Het is onze ervaring dat de meeste eerstejaars studenten geïnteresseerd zijn in kinderliteratuur. Het is een onderdeel van het vak Nederlands dat over het algemeen hoog scoort. Die interesse moet je als opleiding natuurlijk koesteren. In dat verband was het niet handig om studenten in hun eerste studiejaar te laten 'lezen voor de lijst', met als afsluiting een schriftelijk tentamen. Deze opzet was bedoeld om het leesrepertoire van studenten op peil te brengen, maar werkte uiteindelijk contraproductief.

Het lezen van kinderboeken biedt aan studenten op verschillende manieren voldoening. De boeken bieden betekenisvolle ervaringen en soms ook prettige herinneringen aan de `eerste keer' dat een boek werd gelezen, namelijk toen studenten zelf nog op de basisschool zaten. Daarnaast ervaren studenten in hun stage dat kinderboeken een bepaalde plaats innemen op de basisschool, bijvoorbeeld in de kinderboekenweek. Door thuis te raken in de wereld van de kinderboeken raken studenten ook thuis in een belangrijk aspect van hun beroepspraktijk. Ze kunnen daardoor makkelijker in hun stageklas meedoen.

Deze positieve ervaringen met kinderboeken zou je als opleiding moeten aangrijpen en verdiepen. Wij dachten dat het best te kunnen doen door studenten, binnen de werkstructuur van de digitale leeskring, met elkaar leeservaringen te laten uitwisselen. De digitale leeskring biedt studenten een platform voor het discussiëren over kinderboeken. En door de specifieke opzet van de module biedt hij ook een aanzet voor het werken aan een eigen leesrepertoire. Met het oog op de literaire vorming van studenten zijn deze twee punten – discussiëren over kinderboeken en bouwen aan een eigen leesrepertoire - pure winst ten opzichte van de oude praktijk van 'boeken lezen voor het tentamen'.

4.2 Hoe ontwikkelen we de schrijfvaardigheid van studenten?

In de oude praktijk kregen studenten tijdens een tentamensessie van twee uur een specifieke schrijftaak voorgeschoteld. Ze moesten bijvoorbeeld iets opschrijven over de personages van een boek, of ze moesten het thema van een boek schriftelijk onder woorden brengen. In de context van een tentamen is het schrijven van dat soort teksten eigenlijk een onmogelijke opgave. Het zou veel 'normaal functioneler' zijn als studenten na het lezen van een boek, in een ongedwongen situatie (thuis), met het boek steeds onder handbereik, zonder tijdsdruk, voor zichzelf een leesverslag zouden maken.

Aan de eigen schrijfvaardigheid van studenten werd en wordt door de opleiding veel belang gehecht. Jarenlang resulteerde dat in een cursus 'schriftelijke communicatie', ergens in het tweede jaar van de opleiding. In die cursus lieten we studenten bijvoorbeeld oefenen in het produceren van verschillende tekststructuren, zoals maatregelteksten, evaluatieteksten en probleemteksten. De verwachting was dat de aldus opgedane kennis en vaardigheid door studenten op andere momenten in de opleiding ook toegepast zou wor-

Schrijven over lezen - Bart van der Leeuw 1 319

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties