taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 14 | Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2001)


Bijdrage: 'Juf, ik ben al klaar met mijn moetjes!' Contractwerk in het basisonderwijs (Anne Boeken)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Niet alleen het aantal, maar ook het soort taken kan per leerling variëren. Bij het thema dieren zijn we bijvoorbeeld gekomen tot een definitie van huisdieren. Een verwerkingstaak bestaat erin dat leerlingen dieren moeten ordenen in twee groepen: huisdieren en wilde dieren. Leerlingen die nog niet klaar zijn met deze taak, werken ze verder af. Snelle leerlingen krijgen een andere taak die ook verder bouwt op een klassikale activiteit, maar meer productief is dan de vorige. Een leerling had haar hamstertje meegebracht naar de klas en hierover heel wat deskundige uitleg gegeven. Op basis hiervan hadden de leerlingen een soort 'identiteitskaart' gemaakt waarop het antwoord te vinden was op vragen als: 'Wat eet een hamster?, 'Tot welke familie behoort dit dier?' enzovoort. Tijdens het contractwerk maken de 'snelle' leerlingen een gelijkaardige identiteitskaart over een ander dier.

Enkele andere voorbeelden van differentiatie wat het soort taak betreft:

  • Een spellingtaak kan voor de ene leerling zijn: 'Zoek 5 rijmwoorden op huis. Een andere leerling moet met deze rijmwoorden ook een versje maken.

  • Bij een invuloefening staan bij sommige leerlingen de ontbrekende woorden bovenaan, bij anderen niet.

  • Bij bepaalde leerlingen wordt in het contractwerk een extra leestaak voorzien, terwijl bij andere leerlingen het optellen en aftrekken tot 20 wordt opgefrist.

Terwijl alle leerlingen bezig zijn met hun takenpakket, heeft de leerkracht ook de handen vrij voor extra ondersteuning en remediëring. Zo kan zij enkele leerlingen apart nemen voor de spellingtaak. Zij kan op dat moment bijvoorbeeld controleren of deze leerlingen het verschil tussen eu en ui wel voldoende horen en eventueel wat extra auditieve training voorzien. Op een andere moment kan de leerkracht nagaan of minder taalvaardige leerlingen de leestekst echt wel goed begrepen hebben. Een leerling die afwezig is geweest, kan tijdens het contractwerk even bijgespijkerd worden. Deze leerling heeft dan bijvoorbeeld één taak minder op zijn contract en in het weekschema wordt in het vakje onder woensdag genoteerd "rekenen bij de juf".

3 Aandachtspunten voor een vlot verloop

Het is ondertussen wellicht duidelijk dat deze manier van werken van de leerlingen een zekere 'gewenning' vraagt. Onlangs kon ik in de klas vaststellen dat een leerling helemaal niet gewend was aan zelfstandig werk. Nadat hij de eerste taak van zijn contract had afgewerkt, bleef hij rustig zitten, met de armen over elkaar. 'Oefening 1' was immers klaar en hij wachtte nu gewoon op verdere instructies. Duidelijke afspraken kunnen een houvast bieden.

Om contractwerk te doen slagen, moet aan nog een aantal andere voorwaarden voldaan worden:

  • Het spreekt voor zich dat aantrekkelijke, motiverende taken leerlingen gemakkelijker aanzetten om meteen aan de slag te gaan. Een woordenschatoefening onder de vorm van een kruiswoordraadsel kan bijvoorbeeld een stimulans zijn.

  • Als we leerlingen écht zelfstandig aan het werk willen zetten, moeten ze echter ook vertrouwd zijn met het soort taken dat aangeboden wordt. Als leerlingen nog nooit een kruiswoordraadsel ingevuld hebben en daardoor al vastlopen bij de woorden 'horizontaal' en 'verticaal', moeten ze meteen hulp vragen, wat eigenlijk niet de bedoeling is.

Contractwerk in het basisonderwijs - Anne Boeken 1 339

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties