taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 14 | Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2001)


Bijdrage: Verhalen vertellen (Piet Litjens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

VERHALEN VERTELLEN Piet Litjens

Inleiding

In het onderwijs krijgen kinderen niet per definitie veel gelegenheid tot het doelgericht ontwikkelen en verbeteren van hun spreekvaardigheid. Natuurlijk, er zijn kringgesprekken en in de hogere groepen van het basisonderwijs houden leerlingen af en toe een spreekbeurt. Het algemene beeld is toch dat de leerkracht veel aan het woord is en dat de deelname van leerlingen vaak beperkt blijft tot het geven van antwoorden (op vragen van de leerkracht). Deze antwoorden zijn vaak van een zeer beperkte omvang. Leerlingen spreken zelden langer dan een of twee zinnen achter elkaar. Spreekgelegenheid is voor ieder kind van belang, zowel voor de ontwikkeling van communicatieve vaardigheden (hoe te handelen in gesprekssituaties) als voor de spreek- en luistervaardigheden. Juist langere beurten kunnen de taalverwerving sterk stimuleren. Het is een goede voorbereiding op de bekende spreekbeurt in de hogere groepen. Leerlingen moeten ook leren hoe ze een spreekbeurt (in feite een langere monoloog) moeten voorbereiden en uitvoeren. Een goede manier om leerlingen te trainen langer aan het woord te zijn dan in een antwoord op een vraag, is hen verhalen te laten vertellen. Bij het vertellen van verhalen staat het spreken centraal, maar ook het luisteren. Het gaat hierbij vooral om gebeurtenissen die de kinderen zelf hebben meegemaakt. De leraar geeft zelf het voorbeeld door kinderen echt gebeurde verhalen te vertellen.

1 Tien zilveren regels

In het project Mondelinge communicatie staat de mondelinge interactie in de klas centraal en dan met name in de groepen 1 - 4. Mondelinge vaardigheden vormen een belangrijke sleutel voor schoolsucces. Een aandachtspunt is dat het onderwijs Nederlands aan jonge kinderen in veel sterkere mate dan nu het geval is, zou moeten uitgaan van interactieve onderwijsleersituaties waarin autochtone en allochtone leerlingen gezamenlijk participeren. Van groot belang daarbij is dat taalgebruikssituaties functioneel en authentiek zijn, dat deze voor leerlingen betekenisvol zijn en aansluiten bij hun leef- en belevingswereld. Momenteel zijn er vier prototypen in ontwikkeling:

  1. Interactie in de kleine kring: samen denken en praten (kern: kleine kring met leraar; gelijkwaardig gesprek; aandacht voor complexe cognitieve taalfuncties);

  2. Interactie in de kleine kring: praten over het gesprek (kern: kleine kring met leraar; gelijkwaardig gesprek; patronen in gesprekken tussen leraar en leerlingen);

  3. Verhalen vertellen (aan en door leerlingen);

  4. Gesprekken om te leren (verwerving van kennis en vaardigheden in groepen met grote verschillen in taalvaardigheid).

Ieder prototype wordt uitgewerkt in een werkgroep. Hierin participeren in ieder geval een

Verhalen vertellen - Piet Litjens 1349

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties