taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 14

Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
André Mottart
2001
480 pagina's

Met de leerlingen bespreek je ook het nut van het bekijken van de aantekeningen van de vorige lessen. Door na te gaan wat er tijdens de vorige uren bestudeerd werd, kun je voorspellingen maken over de inhoud van de eerstkomende les(sen). Als je vooraf een inhoud aan de leerlingen geeft met de titels van de te bespreken onderwerpen, kun je hen na een tijdje in het begin van de les vragen waarover de les van die dag zal handelen. Ze kunnen zich voor hun antwoord baseren op hun aantekeningen en de inhoud.

De leerkracht moet ook de aandacht van de leerlingen vestigen op het begin van ieder lesuur. Meestal worden er tijdens de eerste minuten duidelijke thema's of subthema's van het onderwerp aangehaald die in het verloop van de les verder uitgediept zullen worden. Leerlingen die hun aantekeningen en inhoud hebben bekeken en de belangrijkste onderdelen van de les hebben meegepikt tijdens het lesbegin, staan zeer sterk bij het maken van aantekeningen.

2 Uitvoeren

2.1 Ontvangstproblemen en -oplossingen

De uitvoering van de luisteropdracht kan bemoeilijkt worden door verscheidene factoren die te maken hebben met de luisteraar, de spreker of het medium dat ervoor zorgt dat de luisteraar de spreker kan verstaan en begrijpen.

Het is immers niet onmogelijk dat de spreker zeer stil of binnensmonds praat. De luisteraar is soms niet in staat de spreker te verstaan door het geroezemoes in het lokaal waarin beiden zich bevinden. Ook het medium zelf kan verstoord worden. Denken we maar aan een geluidsband met veel achtergrondruis.

Elk probleem heeft een oplossing. Leer de leerlingen daarom enkele technieken aan die een oplossing kunnen betekenen voor het probleem. Het is belangrijk dat je de leerlingen proefondervindelijk laat ervaren hoe ze de 'ontvangstproblemen' kunnen oplossen. Ga met de leerlingen tijdens een winderige dag eens naar buiten. Je laat een leerling tegen de wind in of vanop een grote afstand iets uitleggen aan de rest van de klas.

Vaak volstaan kleine aanpassingen om de communicatieve situatie te verbeteren. Je kunt bijvoorbeeld dichter bij de spreker gaan zitten of hem vragen luider te spreken of bepaalde zaken te herhalen. Wijs de leerlingen erop dat de situatie dit niet telkens toelaat. Een spreker in een grote aula kun je moeilijk onderbreken vanop de achterste rij. Als de luistertekst op band staat en de geluidskwaliteit slecht is, kun je niets aan de situatie veranderen.

2.2 Pauzes en signaalwoorden

Vaak ervaren leerlingen een luistertekst als een massief blok informatie dat in èèn keer overgedragen wordt aan het luisterpubliek. Sommige sprekers werken deze gedachte inderdaad in de hand door zeer snel, zonder pauzes of signaalwoorden te spreken.

Pauzes en signaalwoorden geven structuur aan de luistertekst. Ze hebben dezelfde functie als titels, tussentitels, cursief- of vetgedrukte woorden, zinnen, alinea's en tussenkopjes bij geschreven zakelijke teksten.

Leren noteren - Tom Sleeuwaert 35

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties