taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 14 | Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2001)


Bijdrage: Verhalen vertellen (Piet Litjens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Transcript 3 De Wandelende Tak van Mouad

Nou dinsdag .. toen .. toen .. toen ik naar naar huis ging.. ging ik met.. ging Sarah met me mee. En.. en toen had ..en toen zag ik.. heel ..en mijn vriendje ging ook met me mee naar huis. En die was met de fiets. En zag ik heel veel ..wandelende takken. En die.. en.. hij ...en hij wist niet .. dat het niet .. dat het.. een wandelende tak was. En toen.. reed ..reed die ze allemaal over..

Ja .. met de fiets. En ..en toen.. zei ik.. en toen zei ik tegen hem st..stop `s.. en toen zei ik dat het een wandelende tak was. Zei ik het ook tegen Sarah... en die geloofde het toen niet. En toen .. en toen had ik dat ... pootje van de wandelende tak laten zien en .. en .. toen ..en toen geloofde.. geloofde ze het een klein beetje.

En toen ... toen ... toen ... en t' was ook een lange. En toen ging ik naar huis. En toen en toen volgende dag ... toen kwam ik weer terug en toen was ... toen waren ... was die wandelende tak er niet meer. Hij was wel dood zag ik. Misschien heeft iemand hem gepakt ... En toen was het afgelopen.

5.3 Analyse van het verhaal De wandelende tak

Het verhaal van Mouad wordt nabesproken. De leerkracht reflecteert op het verhaal, de verteller en de luisteraars. Er blijven enkele zaken onopgehelderd. De nabespreking wordt wederom een reconstructie van de gebeurtenis. Willen we het verhaal over de wandelende tak globaal analyseren met het oog op verdere ontwikkeling van het reflectieve vermogen van de leerkracht en de vertelvaardigheid van leerlingen, kunnen we letten op: de presentatie in het algemeen en de formulering in het bijzonder; de structuur van het verhaal (tekstgrammatica); de spanning(opbouw) en de duidelijkheid (voor de luisteraars).

Formulering

Mouad 's verhaal wordt in eenvoudige bewoordingen verteld. Hij vertelt het verhaal consequent in de verleden tijd. Hij verbindt de zinnen met elkaar door de woorden en toen, en die. De gebeurtenissen in het verhaal worden chronologisch verteld. Mouad is niet eenduidig in het vermelden van het aantal wandelende takken. Soms is het één wandelende tak en dan zijn het heel veel wandelende takken.

Structuur

Mouad's verhaal bevat structuur. Het is op te delen in een begin, midden en een slot. In Mouad's verhaal is sprake van een begin.

Nou dinsdag, toen, toen, toen ik naar, (lachend) naar huis ging.

Mouad wil in het begin van zijn verhaal het hoogtepunt (zag ik .... heel vvv) vertellen maar realiseert zich dat hij niet alle personen genoemd heeft die een rol spelen in zijn verhaal. Ging ik met, ging Sarah met me (lachend) mee. En, en toen had, en toen zag ik. heel vvv (kijkt naar beneden), en mijn vriendje ging ook met me mee naar huis. En die was met de fiets. Het midden van het verhaal is tevens het langste stuk. Hier introduceert de verteller hét onderwerp, namelijk de wandelende tak. Dit is tevens het hoogtepunt, de ontknoping van het verhaal. Mouad eindigt zijn verhaal verrassend. Het bevat een aantal tegenstrijdigheden. Hij houdt - dat realiseert hij zich zelf ook – niet genoeg rekening met het perspectief van de luisteraars.

Verhalen vertellen - Piet Litjens 1359

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties