taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 14

Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
André Mottart
2001
480 pagina's

Pauzes geven aan dat er een nieuw stukje in het betoog aangesneden wordt. Signaalwoorden tonen ons het verband tussen zinsdelen, zinnen en zelfs volledige alinea's of paragrafen. Ook de intonatie, de luidheid en het tempo geven een luistertekst structuur.

Enkele verbanden uitgedrukt in signaalwoorden:

-tijd: vervolgens, daarna, terwijl, nadat

-opsomming: ten eerste, ook, verder, bovendien, daarnaast, tenslotte -vergelijking: als, zo ook

-oorzaak en gevolg: daarom, doordat, zodat

-tegenstelling: maar, toch, hoewel, echter, niettemin, desondanks -voorwaarde: als, tenzij

-hoofd- en bijzaak: op de eerste plaats, voornamelijk, het voornaamste -samenvatting: kortom, al met al, dus, samenvattend, met andere woorden -argument: want, immers, dus

2.3 Tekststructuren

In het verleden hebben de leerlingen reeds uitgebreid kennisgemaakt met de algemene opbouw van teksten. De inleiding-midden-slot-structuur is door iedere leerling meer dan gekend. Ze weten ook waarvoor ieder deel dient en weten wat het verband is tussen de drie delen.

De meeste leerlingen slagen er echter niet in de transfer te maken naar luisterteksten. Dit soort teksten bevat meestal ook een inleiding die de aandacht trekt van de luisteraar, de opbouw van het midden verduidelijkt of het hoofdonderwerp aankondigt.

In het midden, waarin het hoofdonderwerp uitgespit wordt, zullen bij de luistertaak verschillende structuren opvallen. Deze tekststructuren worden aangegeven door de eerder genoemde signaalwoorden, en ook door signaalzinnen.

Enkele voorbeelden:

Ik vind dat....

Mijn mening over ... is dat...

—> geeft aan dat de spreker een stelling naar voren brengt. De luisteraar gaat ervan uit dat hij deze stelling nog zal beargumenteren.

Om de huidige situatie beter te begrijpen, blik ik even terug op wat voorafging. Hoe het zover is kunnen komen, toont volgend overzicht.

—> geeft aan dat er een terugblik zal volgen. Waarschijnlijk zal de spreker terugwerken naar de huidige situatie in verschillende stappen.

36 1 Leren noteren - Tom Sleeuwaert

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties