taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 14

Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
André Mottart
2001
480 pagina's

3 Betoogpatroon:

-stelling

-argument

-subargumenten

4 Afwegingpatroon: -voordelen -nadelen

3 Terugblikken

3.1 Terugblikken op de beluisterde tekst

De meeste informatieve teksten die de leerlingen beluisteren hebben tot doel informatie over te brengen. Het is dan ook logisch dat we ons na de luisteroefening de volgende vragen stellen:

  • Waar ging de tekst precies over? Wat was het hoofdonderwerp en wat waren de hoofdideeën die aan bod kwamen (Thema-Boodschap)?

  • Wat weet ik nu meer over het onderwerp dan voor het luisteren?

  • Heeft de tekst voldoende antwoorden gegeven op de vooraf gestelde vragen? Zijn er zaken die ik niet begrijp of waar ik meer over te weten wil komen?

Indien de spreker in directe relatie staat met de luisteraar, moet het voor de luisteraar mogelijk zijn vragen aan de spreker te stellen. Hij kan vragen naar extra informatie, maar kan ook kritische vragen stellen.

Een volgende stap in het luisterproces kan de uitwerking van een samenvattende tekst zijn. De luisteraar werkt zijn T-schema daarin uit tot een volwaardige samenvatting zoals die ook in het schrijfonderwijs naar aanleiding van zakelijke teksten reeds aan bod is gekomen. Deze samenvatting kan de leerkracht beoordelen, maar ook de medeleerlingen. De leerlingen beluisteren de tekst opnieuw terwijl de samenvatting geprojecteerd wordt. Zo gaan ze na of de tekst betrouwbaar, volledig, beknopt en logisch opgebouwd is.

Toch is een samenvatting voor het instuderen van inhouden niet steeds de beste oplossing. We merken immers dat leerlingen eigen samengevatte teksten met markeerstiften te lijf gaan - wat zeker de juiste methode is - met als doel de kernwoorden in èèn kleur aan te duiden. De bijkomende informatie wordt in een andere kleur onderstreept. Ook de signaalwoorden (-zinnen) krijgen een eigen kleurtje.

Als we dit proces ontleden, ondervinden we dat de leerling of student bezig is opnieuw de tekst schematisch voor te stellen, waardoor de verschillende onderdelen duidelijker geaccentueerd worden. Eigenlijk doe je dus tweemaal hetzelfde werk. Veel leerlingen leren dan ook gemakkelijker een iets vollediger schema dan een eigen geschreven tekst, hoe gestructureerd die laatste ook mag zijn.

38 I Leren noteren - Tom Sleeuwaert

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties