taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 14

Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
André Mottart
2001
480 pagina's

  1. Analyseschema leerlingenparticipatie in onze school. Zie Inspraak en participatie op schoof, pagina 94, 95 en 96.

  2. Vragenlijst i.v.m. de werking van de leerlingenraad Zie Inspraak en participatie op schoof, pagina 98 tot en met pagina 104.

  3. Een enquête

De leerlingen krijgen de opgave een enquête uit te werken over participatie en inspraak op school. Ze is bv. bedoeld voor alle Vlaamse scholen. Dit is een zeer interessante opgave. Er moet nagedacht, overwogen, geselecteerd, gecombineerd, gehiërarchiseerd worden. We verwijzen naar handboeken met tips over het opstellen van een enquête. Of een bestaande enquête kan als toetssteen voor de manier van vraagstellen genomen worden.

  1. Vaste structuren

Leerlingen die de vaste structuren van teksten onderzocht hebben kunnen bv. proberen een tekst op te stellen waarin een vaste structuur gebruikt wordt.

Een voorbeeld: de probleemstructuur :

-Wat is het probleem precies?

-Waarom is het een probleem?

-Wat zijn de oorzaken?

-Wat is er tegen te doen?

Ze bouwen bv. een tekst op rond 'Roken in het schoolgebouw'. Op die manier leren ze hun gedachten ordenen en degelijk formuleren.

Een andere goed bruikbare structuur is de maatregelstructuur. Bv. leerlingen kunnen in het schoolrestaurant zoveel bijvragen als ze willen. Dit leidt tot een situatie dat er soms 'twee eten' en 'èèn betaalt'. Hoe lost een leerlingenraad dit op ?

VERGADEREN

1. Een voorafgaande oefening

Er wordt aan de leerlingen gevraagd wat ze verwachten van een goede voorzitter van een vergadering en van een goede deelnemer aan een vergadering.

Dit kan tot een interessante discussie leiden. Hierbij kan gefocust worden op vijf belangrijke vergaderregels:

  • Er mag slechts 1 persoon tegelijk spreken.

Deze regel moet bewaakt worden. Wellicht moeten 'hulpmiddeltjes' gebruikt worden tot de leerlingen het principe gewoon zijn. Doe bv. wie spreekt recht staan en zolang hij rechtstaat mogen de anderen het woord niet nemen. Alleen de gespreksleider kan de spreken bij te lang spreken vragen af te ronden.

  • De bijdragen van de deelnemers moeten op elkaar aansluiten.

  • De bijdragen moeten duidelijkheid brengen over het te bespreken onderwerp.

  • De discussie moet zakelijk blijven en mag dus niet persoonlijk worden.

  • Elk agendapunt dient te worden afgesloten met een conclusie of een besluit. En nog een waardevolle tip: humor is een uniek communicatiemiddel.

Het vak Nederlands & leerlingenparticipatie & leerlingen inspraak - José Vandekerckhove 147

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties