taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 14

Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
André Mottart
2001
480 pagina's

KAN DAT WEL MET MIJN GROTE KLAS EN MIJN PAAR UREN?
GEÏNTEGREERD VAARDIGHEIDSONDERWIJS IN DE DERDE
GRAAD VAN HET TECHNISCH ONDERWIJS

Leo Wens

Inleiding

Al ruim achttien jaar geef ik Nederlands en Engels aan de Vrije Technische Scholen van Turnhout, een nijverheidtechnische school met vooral jongens. In de derde graad hebben de leerlingen van de richting Industriële wetenschappen vier lestijden Nederlands per week, maar de leerlingen van de praktisch-technische (bijvoorbeeld Elektrotechnieken, Houttechnieken, Mechanische vormgevingstechnieken, Grafische technieken ...) en theoretisch-technische studierichtingen (bijvoorbeeld Bouwkundig tekenen, Elektronica, Elektromechanica ...) moeten het doen met twee lestijden per week.

In het oude – momenteel nog geldende – leerplan horen deze laatste twee groepen bij de zogenaamde d- en e-richtingen. Dit leerplan is uiteraard aangepast aan de doelgroep. Toch voelde ik mij als leerkracht in die groepen niet altijd even gelukkig. Tijdens die twee uurtjes per week, werd er van mij verondersteld dat ik de vier (of vijf) vaardigheden aan bod liet komen, moest ik de leerlingen die vaardigheden laten oefenen, moest ik het proces begeleiden en bewaken en moest ik uiteindelijk op geregelde tijdstippen evaluatiemomenten inlassen en het product beoordelen. Een hele kluif.

Jarenlang verstopte ik mij achter het toch wel meest clichèmatige excuus: door dat beperkt aantal lestijden heb ik ... geen tijd. Een aantal aspecten uit het leerplan schoof ik voortdurend op de lange baan, om dan tegen het einde van het schooljaar vast te stellen dat er inderdaad geen tijd meer was. Gelukkig.

Meestal sneuvelden dan discussie, vergadertechnieken en andere aspecten van de component spreekvaardigheid. Ik hoop dat ik na deze bekentenis niet met terugwerkende kracht op het matje kan geroepen worden.

Hoe dan ook, wanneer ik collega's bij ons op school sprak, of contacten had met andere scholen, merkte ik – enigszins geruststellend – dat ook zij er niet altijd uit geraakten. De verleiding bestaat om dan samen te gaan zitten aan de klaagmuur, een techniek die ik trouwens vaker zie in onderwijsmiddens. Daar wordt, buiten de horeca in de buurt van die klaagmuur, niemand beter van.

De oplossing ligt dan ook in het nascholen: bijna als een bezetene zocht ik in de nacholingsfoldertjes naar sessies over spreekvaardigheid. Ik heb er talrijke bijgewoond, de ene al wat nuttiger dan de andere.

Kan dat wel met mijn grote klas en mijn paar uren? - Leo Wens 153

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties