taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 14 | Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2001)


Bijdrage: Kan dat wel met mijn grote klas en mijn paar uren? Geintegreerd vaardigheidsonderwijs in de derde graag van het technisch onderwijs (Leo Wens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

personages in 'Tox' zijn 16, in 'Soap' zijn ze iets ouder. Ik ben zelf 28 en leef op een heel andere manier dan mijn personages. Ik verwerk wat ik registreer, niet wat ik beleef. Ik observeer de manier waarop anderen met zichzelf, familie en televisie omgaan. Ik vind de jongere generaties veel interessanter dan de mijne. Ik vind mijn eigen leven ook helemaal niet zo boeiend om over te schrijven." Het duurt soms eventjes, maar na een tijdje hebben de leerlingen door dat hij het niet over zijn eigen moeder heeft, maar wel – bij wijze van spreken uiteraard – over HUN moeder. Confronterend en meteen een goede illustratie van het verschil tussen een auteur en een verteller.

Voor het derde luik van de instap gebruik ik een opname van een urban legend van Luk Wijns, waarin een ettertje van een jaar of acht zich aanstelt in een supermarkt. Nadat hij een wat oudere dame herhaaldelijk heeft aangereden met een winkelkar, krijgt de moeder van het kind de vraag om haar oogappel even terecht te wijzen. Ze repliceert: "Neen, dat doe ik niet, want ik geef mijn kind een vrije opvoeding. Als hij dat wil doen, kan hij dat doen." Daarop stapt een rasechte punker op het kind af en overgiet hem met yoghurt, terwijl hij zegt: "Ik heb ook een vrije opvoeding gehad, en ik voelde dat ik dit moest doen." Drie minuutjes ontspanning, maar ook een confrontatie met misverstanden over begrippen als vrije opvoeding.

Deze instap heeft een aantal voordelen. Vooreerst is hij niet zo vrijblijvend als de meeste instappen. Je krijgt immers de kans om wat literaire fragmenten en literaire termen te lanceren – hoewel ik hier niet wil discussiëren over het literaire gehalte van Paul Mennes. Het belangrijkste voordeel schuilt hem in het aanbrengen van materiaal voor de latere discussie. Ze gebruiken wat ze gelezen, gehoord en gezien hebben in de volgende lessen.

3.2 Individuele lees- en spreekoefening

De leerlingen krijgen elk een artikel uit een krant of tijdschrift waarin het onderwerp kinderen opvoeden en straffen aan bod komt. Ze moeten de tekst lezen en daarna de centrale gedachte mondeling voorbrengen. Een individuele spreekoefening dus die je de kans geeft de beginsituatie van de leerlingen in te schatten.

Een klas van 26 kan je binnen èèn lesperiode perfect allemaal meer dan een minuut lang individueel laten spreken. Opnieuw krijgen de leerlingen argumenten en ideeën aangereikt voor de latere discussie.

3.3 Luisteroefening

Een opname van het praatprogramma "Waarom? Daarom" van de NCRV geeft me de kans om de luistervaardigheid van de leerlingen te peilen. Tijdens het bekijken en beluisteren van het veertien minuten durende fragment, beantwoorden de leerlingen een aantal vooraf doorgenomen vragen. De eerste reeks kan je plaatsen bij de categorie 'gedetailleerd luisteren'. Ze moeten reproduceren wat een deelnemer aan het gesprek precies gezegd heeft. (Bv. vraag 1.a: "Het roodharig jongetje vindt slaan maar niets want ..."; 1.b: "Volgens hem kun je beter ..."; vraag 2: "Mijnheer Blankenstein (met rood hemd en

56 I Kan dat wel met mijn grote klas en mijn paar uren? - Leo Wens

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties