taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 14

Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
André Mottart
2001
480 pagina's

zwart vestje zonder mouwen) slaat of heeft zijn kinderen wel geslagen omdat volgens hem ,,)

Voor de tweede soort vragen moeten de leerlingen naar een iets langer geheel luisteren en de argumenten daaruit destilleren. 'Globaal luisteren' dus. (Bv. vraag 11: "Mevrouw van Gorcum, de pedagoge, straft haar kinderen vaak. Wat zijn haar argumenten?" Vraag 12: "Welke reacties ving je op nadat er voorgesteld werd door de presentator om kinderen af en toe hun eigen straf te laten bedenken."). Niet geheel onverwacht blijken de gerichte vragen makkelijker voor de leerlingen dan de algemenere. Als leerkracht krijg je dan de kans om bij een eerder slechte klasprestatie voor globaal luisteren remediëringsmomenten in te lassen in de loop van het eerste trimester.

Deze luisteroefening geeft je opnieuw een goed beeld van de beginsituatie van je leerlingen, deze keer op het gebied van luistervaardigheid. Bovendien doen de leerlingen een schat aan argumenten op die ze kunnen gebruiken in de latere discussie.

3.4 Leergesprek en schrijfoefening ter voorbereiding van de discussie

In de volgende fase volgt een 'klassiek' leergesprek, waarin de algemene kenmerken van een discussie, de verschillende onderdelen, de taken van de voorzitter en van de discussianten aan bod komen. Daarna krijgen de leerlingen het opzet van de discussie. Het gaat om een discussieavond, georganiseerd door het oudercomitè van een basisschool. Zes ouders discussiëren over de vraag: "Kan je kinderen slaan in de opvoeding of is een andere straf meer aangewezen." Onder andere om te controleren of de leerlingen het opzet van de simulatie begrepen hebben, krijgen ze een schrijfoefening: ze moeten een brief schrijven die meegegeven zal worden aan de kinderen van de basisschool om hun ouders te overtuigen naar die gespreksavond te komen. Een persuasieve tekst, dus, gekaderd in een duidelijke communicatieve situatie. Bij de correctie van de schrijfoefening merk je meteen of de leerlingen het geheel doorhebben.

3.5 Rolverdeling

Zeven leerlingen van de klas zullen de eerste discussie voeren. Vrijwilligers pro en contra worden gevraagd. De meesten zijn tegen... ogenschijnlijk een probleem. Niet echt: uit ervaring – en ook de literatuur – blijkt dat leerlingen die gevraagd wordt tegen 'hun natuur in' in te spreken, die een standpunt vertolken dat niet echt het hunne is, dikwijls beter presteren dan de anderen. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat je dan op zoek moet naar argumenten. Uit al wat hierboven staat, blijkt dat ze meer dan voldoende materiaal hebben om in te grasduinen. Leerlingen die hun eigen mening vertolken, zijn niet altijd geneigd om naar argumenten op zoek gaan. Ze weten immers al hoe ze tegenover de stelling staan en beseffen niet altijd dat hun standpunt moet onderbouwd worden, ook met argumenten en weerleggingen.

De rol van de voorzitter wordt eveneens 'gespeeld' door een leerling. Vaak zit er wel iemand in de groep die ervaring heeft, o.a. via de jeugdbeweging of een andere (sport)-

Kan dat wel met mijn grote klas en mijn paar uren? - Leo Wens 1 57

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties