taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 14

Veertiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
André Mottart
2001
480 pagina's

vereniging. De voorzitter beseft dat hij een zware taak heeft, maar zeker ook kan rekenen op een milde beoordeling. Voor wat, hoort wat ...

Thuis krijgen de leerlingen de kans om allerlei argumenten te verzamelen. Meestal gebruiken zij daarvoor uitsluitend het materiaal dat in de vorige lessen aan bod kwam, hoewel ze ook bijkomende argumenten en weerleggingen mogen zoeken.

3.6 Observatieroosters

Alleen geamuseerd toekijken zou voor de klasgenoten die niet spreken uiteraard tijdverlies zijn. Vandaar dat zij de opdracht krijgen een observatierooster in te vullen. Iedereen observeert de voorzitter en krijgt bovendien èèn andere spreker toegewezen (zie bijlage 1). Zij moeten dit rooster zeer gedetailleerd aanvullen, vooral de kolom 'opmerkingen/commentaar' moet volgeschreven worden. Bij het voorbereiden van de observatieopdracht, worden de taken en tips voor de voorzitter en de discussianten nogmaals herhaald. Mooi meegenomen.

3.7 Uitvoering discussie

Tien tot vijftien minuten lang wordt er gediscussieerd. Op teken van de leerkracht, rondt de voorzitter de paneldiscussie af. Er is gelegenheid tot tussenkomst van het publiek.

3.8 Nabespreking — Evaluatie

Dit is het belangrijkste deel. De nabespreking van de eerste discussie duurt meer dan een half uur. Met behulp van het observatierooster wordt eerst de voorzitter geëvalueerd. Wanneer de leerlingen de discipline aan de dag leggen om veel notities te maken tijdens het luisteren, verloopt die nabespreking met zeer concrete voorbeelden. Ik weet dat collega's video-opnames maken van klasdiscussies om de evaluatie concreter te laten verlopen. Dit is niet alleen tijdrovend, maar volgens mij ook overbodig: dankzij de taakverdeling en de notities van de leerlingen, kan de discussie bijna woordelijk gereconstrueerd worden. Het is u ongetwijfeld al opgevallen dat bij de evaluatie vooral formele aspecten van de discussie beoordeeld worden, naast uiteraard inhoudelijke aspecten. Dat was ook de doelstelling vooraf: leerlingen moesten leren hoe ze op een gestructureerde manier in groep kunnen spreken. Het onderwerp is als het ware maar een excuus.

Voortdurend wordt de leerlingen duidelijk gemaakt dat ze positieve feedback moeten geven. Ze worden verplicht om hun opmerkingen op een positieve manier te verwoorden. In plaats van bv. te zeggen: "Jouw inleiding was niet goed", vraag ik uitdrukkelijk om het als volgt te formuleren: "Je inleiding zou beter geweest zijn, mocht je meer aandacht besteed hebben aan ..." Dit lijkt een beetje kinderachtig, maar het werkt. Als leerkracht (en niet alleen in TSO of BSO) ben je ook constant bezig met opvoeden, bijschaven. Positieve feedback geven is een kwaliteit die je alleen leert door het ook effectief te doen.

58 I Kan dat wel met mijn grote klas en mijn paar uren? - Leo Wens

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties