Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Het schoolvak argumentatie (Frans van Eemeren, Peter Houtlosser & Francisca Snoeck Henkemans)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Deze geïnterviewde is niet onvoorwaardelijk voor de doodstraf, maar alleen 'in de ergste gevallen'. In reactie (2) lijkt op het eerste gezicht een zelfde soort standpunt te worden ingenomen. Toch is het daar uiteindelijk niet duidelijk hoe het standpunt precies luidt:

  1. Dat ligt eraan waarvoor. Als iemand zes moorden heeft gepleegd, moet hij in een inrichting. Dan is hij niet volmaakt. Maar doodstraf: nee.

De openingszin, 'Dat ligt eraan waarvoor', suggereert dat de ondervraagde jongen de doodstraf niet in alle gevallen goedkeurt, maar wel bij ernstige misdrijven. Maar de rest van zijn reactie is niet met die interpretatie te rijmen. Zelfs iemand die zes moorden heeft gepleegd, zou volgens deze jongen nog niet de doodstraf verdienen. Is het plegen van zes moorden in zijn ogen nog niet erg genoeg? Gezien de nogal understatement-achtige opmerking 'dan is hij niet volmaakt', zou het kunnen dat hij dat bedoelt. Of er dan wel misdrijven zijn waarvoor hij de doodstraf een passende straf zou vinden, en wat voor gevallen dat zouden zijn, wordt niet duidelijk.

De meeste dertienjarigen geven argumenten voor hun standpunt. Soms maken ze ook ondubbelzinnig duidelijk dat ze argumenten geven door bijvoorbeeld indicatoren van argumentatie als 'want' te gebruiken. Toch is het ook zonder een dergelijke aanwijzing in de meeste gevallen wel duidelijk dat er argumentatie wordt gegeven. Al was het maar omdat dat na het innemen van een controversieel standpunt te verwachten valt. Niettemin is er soms enige reconstructie nodig voordat precies duidelijk is waar de argumenten op neerkomen. Dat is bijvoorbeeld het geval in reactie (3):

  1. Nee, tegen. Waarom zou je dat doen? Geef hem maar levenslang.

Oppervlakkig beschouwd, lijkt hier van argumentatie geen sprake te zijn. Na het standpunt stelt de geïnterviewde eerst een vraag en geeft vervolgens een advies. Maar er is ook een andere interpretatie mogelijk, waarin we niet alleen afgaan op wat er letterlijk gezegd wordt, maar kijken of het mogelijk is dat er misschien indirect argumentatie wordt gegeven voor het standpunt 'Ik ben tegen de doodstraf'. Het lijkt gerechtvaardigd om de vraag 'Waarom zou je dat doen?' niet als een echte vraag op te vatten, waar de interviewer op geacht wordt te antwoorden, maar als een retorische vraag die indirect neerkomt op de bewering 'Het is niet nodig om dat te doen'. Ook lijkt het legitiem om het advies niet als een echt advies op te vatten. Het heeft immers weinig zin om een dergelijk advies te geven aan de interviewer, die op geen enkele manier bij de beslissing over het lot van eventuele misdadigers betrokken is. Met dit zogenaamde advies lijkt de geïnterviewde eerder te willen aangeven dat er een goed alternatief is voor de doodstraf: je kunt een misdadiger ook levenslang geven. Dit argument ondersteunt het eerste argument, zodat de complete argumentatie luidt: het is niet nodig om iemand de doodstraf op te leggen, want je kunt hem ook levenslang geven.

Ook als duidelijk is dat er sprake is van argumentatie en wat die argumentatie precies inhoudt, wil dat nog niet zeggen dat de bedoelingen van degene die het betoog houdt daarmee volledig helder zijn. In de meeste betoogjes voor of tegen de doodstraf zijn

102 I Het schoolvak argumentatie - Frans van Eemeren, Peter Houtlosser & Francisca Snoeck Henkemans