Doorzoek alle bundels


Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Het schoolvak argumentatie (Frans van Eemeren, Peter Houtlosser & Francisca Snoeck Henkemans)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

één of meer argumenten verzwegen. Om te illustreren hoe het aanvullen van verzwegen argumenten in zijn werk gaat, beginnen we met reactie (4):

  1. Nee, ieder mens maakt wel eens fouten, de een erger dan de ander.

Ter ondersteuning van zijn standpunt dat de doodstraf niet moet worden toegepast, voert de geïnterviewde aan dat ieder mens wel eens fouten maakt, de een erger dan de ander. Wat is nu precies het verband tussen het standpunt en dit argument? De betreffende redenering kunnen we geldig maken door het argument en het standpunt door middel van een `als-dan'-uitspraak met elkaar te verbinden. Dan krijgt de redenering de vorm van een logisch geldige modus ponen. Maar de uitspraak Als ieder mens wel eens fouten maakt, de een erger dan de ander, dan moet de doodstraf niet worden toegepast' is niet erg informatief. Het is zo immers nog steeds niet helemaal duidelijk wat nu precies het verband is tussen het feit dat iedereen fouten maakt en het tegen de doodstraf zijn. Wat is, met andere woorden, het argumentatieschema dat hier wordt toegepast? Impliciet lijkt er in deze argumentatie een vergelijkingsrelatie te worden gelegd: er wordt een vergelijking gemaakt tussen mensen die fouten maken en daarvoor de doodstraf krijgen en mensen die fouten maken maar daarvoor niet de dood-- straf krijgen. De vergelijking maakt duidelijk dat hier iets zou moeten gelden als `gelijke monniken, gelijke kappen'. Daarom lijkt de volgende aanvulling van het verzwegen argument meer recht te doen aan de bedoelingen van de spreker: Als ieder mens (meer of minder ernstige) fouten maakt, dan is het onrechtvaardig om slechts enkelen de doodstraf te laten ondergaan'.

Ook reactie (5) is de moeite waard om eens nader te bekijken:

  1. Nee, straks jat ik zelf per ongeluk iets, en dan krijg ik zelf de doodstraf.

Als argument tegen de doodstraf voert de ondervraagde jongen aan dat hij straks zelf per ongeluk iets jat en dan zelf de doodstraf krijgt. Ook hier kan de redenering geldig worden gemaakt door toevoeging van de 'als-dan'-uitspraak: Als ik straks zelf per ongeluk iets jat en dan zelf de doodstraf krijg dan moet de doodstraf niet worden toegepast'. Een informatievere, iets meer generaliserende, aanvulling zou zijn: `Straffen die ik zelf ook zou kunnen krijgen moeten niet worden toegepast'. Hoewel deze aanvulling informatiever is, is het de vraag of hij recht doet aan de bedoelingen van de jongen. In dat verband is het interessant om nog eens goed te kijken naar de manier waarop hij zijn argument geformuleerd heeft. De combinatie 'per ongeluk iets jatten' doet tegenstrijdig aan. Het kan zijn dat de jongen 'per ongeluk' alleen maar heeft toegevoegd om geen al te slechte indruk te maken: hij is natuurlijk niet echt een dief. Maar er is ook een andere interpretatie mogelijk. Iets stelen is al een relatief licht vergrijp, en als het dan ook nog 'per ongeluk' gebeurt, dat wil zeggen door iemand als de jongen zelf die natuurlijk helemaal geen echte crimineel is maar misschien één keer in een impuls een fout maakt, dan zou het bijzonder onrechtvaardig zijn als hij daarvoor de doodstraf kreeg. En toch zou dat naar het idee van de jongen kunnen gebeuren als de doodstraf eenmaal is ingevoerd. In het licht van deze interpretatie is de volgende aanvulling van het verzwegen argument meer gerechtvaardigd: Als door

Het schoolvak argumentatie - Frans van Eenieren, Peter Houtlosser & Francisca Snoeck Henkemans 103