Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Het schoolvak argumentatie (Frans van Eemeren, Peter Houtlosser & Francisca Snoeck Henkemans)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Een overtreding van de argumentatieschemaregel die inhoudt dat er een argumentatieschema wordt toegepast dat in het betreffende geval niet mag worden toegepast, is bijvoorbeeld het gebruik van analogie-argumentatie in het strafrecht. Een van de meest treffende voorbeelden van het verkeerd toepassen van een argumentatieschema is post hoc ergo propter hoc (daarna dus daardoor).

  1. De geldigheidsregel: De redeneringen die in de argumentatie tot uitdrukking worden gebracht, moeten geldig zijn of door explicitering van verzwegen argumenten geldig kunnen worden gemaakt.

Bij het overtreden van de geldigheidsregel kunnen bijvoorbeeld de drogredenen optreden van het verwarren van noodzakelijke en voldoende voorwaarden en van het zonder meer gelijkstellen van eigenschappen van delen en gehelen.

  1. De afsluitingsregel: Een mislukte verdediging van een standpunt moet ertoe leiden dat de protagonist zijn standpunt intrekt en een afdoende verdediging van een standpunt dat de antagonist zijn twijfel aan het standpunt intrekt.

Een gevolg van overtreding van de afsluitingsregel kan zijn dat geconcludeerd wordt dat het standpunt waar is omdat het tegendeel niet is aangetoond. Deze drogreden staat bekend als het argumentum ad ignorantiam.

10. De taalgebruiksregel: De discussianten mogen geen formuleringen gebruiken die onvoldoende duidelijk of verwarrend dubbelzinnig zijn en moeten de formuleringen van de tegenpartij zo correct mogelijk interpreteren.

Overtreding van de taalgebruiksregel kan gemakkelijk tot een onduidelijkheids- of ambiguïteitsdrogreden leiden.

In hun onverhulde vorm zijn de drogredenen in de regel uiteraard het minst gevaarlijk. De kans om in een ambiguïteitsdrogreden te trappen is bijvoorbeeld minder groot bij een idiote redenering dan wanneer er in een ingewikkelde discussie een subtiel verschil in betekenis wordt gegeven aan bepaalde abstracte sleuteltermen. Als niet duidelijk is dat de één ergens iets anders onder verstaat dan de ander, dan lijkt men het al gauw eens zonder dat dit werkelijk zo is (`pseudo-enigheid').

Om te illustreren welke overwegingen bij het opsporen van overtredingen van de regels voor een kritische discussie een rol kunnen spelen, zullen we enkele strips van Peter van Straaten de revue laten passeren waarin Vader en Zoon elkaar of anderen met niet altijd even rechtmatige discussiezetten trachten af te troeven. Eerst een voorbeeld (uit Het Parool van 8 maart 1983) van het persoonlijk aanvallen van de tegenpartij:

Vriend: Daar gaat weer iemand in een bontjas! Schande! Bontjassen moeten verboden worden!

Zoon:   Zeg jij maar niks! Jij bent kunstschilder!

108 1 Het schoolvak argumentatie - Frans van Eemeren, Peter Houtlosser & Francisca Snoeck Henkemans