Doorzoek alle bundels


Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: De adolescentenroman voor de jeugd hoort thuis in het literatuuronderwijs (Helma van Lierop-Debrauwer)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

jeugdboeken bespreekbaar. Een voorbeeld is de aandacht voor seksualiteit. Dahrendorf (1983) merkt op dat de jeugdliteratuur inhoudelijk sinds de jaren zeventig het meest ingrijpend is veranderd op het gebied van erotiek en seksualiteit. Vooral de jeugdliteratuur uit de Scandinavische landen heeft daarin een voortrekkersrol gehad.

Van een literaire vernieuwing was echter geen sprake en maatwerk was het gevolg. In de hyperrealistische boeken stonden de besproken taboes en thema's voorop. Problemen en conflicten werden 'behandeld'. De boeken hadden het karakter van een recept (zie ook Lindgren, 1978). Een goed verhaal en geloofwaardige personages kwamen op de tweede plaats. Zo werd van erotiek en seksualiteit vooral het fysieke aspect benadrukt. Voor de psychisch-emotionele kanten is nauwelijks ruimte. De betekenis die de handelingen hebben voor de personages lijkt van secundair belang.

Naarmate de kritiek op dit soort boeken toenam, kwamen er steeds meer jeugdboeken waar de boodschap minder dik bovenop lag en die de lezer een goed verhaal boden. Eén van de auteurs die in die ontwikkeling een belangrijke rol speelde was Miep Diekmann. Zij was in deze feitelijk een voorloper, want haar roman De dagen van Olim verscheen al in 1971. In het boek is sprake van aanranding en zelfmoord. Op het eerste gezicht is het een typisch probleemboek. Maar het verschil tussen dit boek en probleemboeken zit in de manier waarop deze gebeurtenissen beschreven worden, in de constructie en de taal van het boek. Zowel van de aanranding als de zelfmoordpoging wordt impliciet verslag gedaan. Omdat de lezer meer inzicht krijgt in de verwarde gedachten van het hoofdpersonage, Josje Walther, dan van de harde feiten, wordt in het midden gelaten wat er precies gebeurt. Het lijkt op een aanranding en het lijkt een zelfmoordpoging, maar het is aan de lezer zelf om beide gebeurtenissen te interpreteren.

3 De 'zwarte' jeugdroman: Cormier en Pohl

Midden jaren zeventig verschijnt in de Verenigde Staten The Chocolate War van Robert Cormier (1974). Dit boek is in 1982 in het Nederlands vertaald als Chocolade oorlog. Cormier introduceerde in de ogen van velen iets in de jeugdliteratuur dat tot die tijd aan literatuur voor volwassenen voorbehouden was. In al Cormiers boeken delft de jonge hoofdpersoon uiteindelijk het onderspit. Van positieve loutering is geen sprake. Die positieve loutering was tot dan toe een vast ingrediënt in de jeugdliteraire adolescentenroman die in dat opzicht veel overeenkomst vertoont met de Bildungsroman. Het is feite opmerkelijk dat die term al niet veel eerder in jeugdliteraire studies is gebruikt. Cormiers boeken zijn zwarte, deprimerende boeken, waarop in de VS aanvankelijk veel commentaar kwam. Inmiddels is The Chocolate War in de Verenigde Staten één van de klassiekers in het genre.

Een andere auteur die de lezer in zijn boeken weinig 'lucht' geeft, is de in het Zweeds publicerende Duitse auteur Peter Pohl. Net als bij Cormier vinden critici dat Pohls boeken te zwaar op de hand, te zwart zijn. Een boek als We noemen hem Anna dat in 1993 in het Nederlands verscheen, is een boek dat nergens perspectief biedt op een goede afloop. Hoofdpersonage is de veertienjarige Anders Roos die tijdens een

122 I De adolescentenroman voor de jeugd - Helma van Lierop-Debrauwer