Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

DE BEOORDELING VAN SCHRIJFVAARDIGHEID IN DE TWEEDE FASE

Bert Meuffels

In de les- en examenprogramma's Nederlands voor de Tweede Fase van havo/vwo zal de schrijfvaardigheid van de leerlingen vastgesteld worden aan de hand van een schrijfdossier en een gedocumenteerde tekst; voor havo-leerlingen zal dit plaatsvinden na 2001, voor vwo-leerlingen na 2002. De vraag die ik in deze bijdrage wil beantwoorden, luidt: wordt de schrijfvaardigheid van leerlingen in dit nieuwe programma beter in kaart gebracht dan via het 'traditionele' opstel?

1 Het schrijfdossier en de gedocumenteerde tekst

In het nieuwe programma `schrijfvaardigheid' in de Tweede Fase moeten leerlingen vanaf de vierde klas gaan werken aan de invulling van het schrijfdossier. Dit dossier bestaat uit een verzameling verschillende typen teksten (zoals een betoog, een uiteenzetting, een brief) die de leerling naar behoren moet hebben afgerond voordat hij aan de afsluitende toets mag deelnemen. Het idee achter dit dossier is dat leerlingen zich ervan bewust moeten worden dat schrijven een proces is waarin stap voor stap geleerd moet worden om verschillende soorten informatie op een systematische manier begrijpelijk en doelgericht over te brengen.

In het nieuwe programma moeten leerlingen niet alleen verschillende typen teksten schrijven, het is ook de bedoeling dat zij leren documentatie te verzamelen, schrijfplannen te maken, proefteksten te schrijven en revisiecommentaar te ontvangen voordat zij de uiteindelijke versie in het dossier mogen stoppen. Als dit schrijfdossier naar het oordeel van de leerkracht adequaat is afgerond, hebben leerlingen naar verwachting voldoende zelfvertrouwen en vaardigheden ontwikkeld om het schoolexamen met vertrouwen tegemoet te kunnen zien.

Op het schoolexamen - niet op het centraal examen zoals oorspronkelijk in de bedoeling lag - zal de gedocumenteerde tekst in aansluiting op het schrijfdossier gaan fungeren als afsluitende toets van de schrijfvaardigheid. Anders dan bij het traditionele opstel waarbij de vwo-leerlingen voor hun eindexamen aan de hand van een tiental titels een hun aansprekend onderwerp mochten kiezen en 'uit het blote hoofd' over het gekozen onderwerp iets informatiefs moesten zien mee te delen, wordt er bij de nieuwe toetsvorm van uitgegaan dat een tekst pas interessant is voor een bepaald publiek als die op tenminste enige documentatie berust. Conform deze gedachtegang moeten de leerlingen op het nieuwe schoolexamen een tekst produceren op basis van documentatie. Wat de keuze van deze documentatie betreft - en dus ook: wat het door de leerlingen te behandelen onderwerp betreft - hebben de leerkrachten een zekere speelruimte: zij kunnen hun leerlingen laten schrijven over een thema dat aansluit bij een van de behandelde onderwerpen uit het schrijfdossier, maar ze kunnen ook

De beoordeling van schrijfvaardigheid in de Tweede Fase - Bert Meuffels 1129