Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: De beoordeling van schrijfvaardigheid in de tweede fase (Bert Meuffels)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

van het opsteloordeel aantasten: normverschuiving (oordelen zijn niet stabiel, maar passen zich aan aan het niveau van de groep te beoordelen producten als geheel), volg-orde-effecten (na vier opstellen van abominabele kwaliteit slaakt de beoordelaar bij een vijfde, middelmatig opstel een zucht van verlichting en kent dit product een te hoge waardering toe), contaminatie in ruimere zin (een collega die de opstellen ook beoordeelt, ziet allerlei aantekeningen van de eerste corrector - de oordelen zijn kortom niet onafhankelijk van elkaar) en het competentie-effect (verschillen in beoordelingsbekwaamheid). Het zou in dit kort bestek te ver voeren al deze storende effecten te bespreken en een opsomming te geven van maatregelen die getroffen kunnen worden om hun storende invloed te minimaliseren. Daarom volstaan we hier met de constatering dat

  1. de existentie van de hierboven genoemde storende factoren in empirisch onderzoek naar de betrouwbaarheid en validiteit van opstelbeoordeling is aangetoond (Meuffels 1994)

  2. de invloed van deze storende factoren op de validiteit (d.w.z. de deugdelijkheid) van de beoordeling onder alle omstandigheden negatief is, en de invloed op de betrouwbaarheid doorgaans negatief

  3. er geen algemene, generieke maatregel bestaat die alle onderscheiden effecten tegelijkertijd tenietdoet: elk type storend effect moet op zijn eigen, specifieke wijze bestreden worden.

Naast deze systematisch-storende factoren zijn er natuurlijk nog tal van andere, min of meer 'triviale' factoren op te sommen die afbreuk kunnen doen aan de de kwaliteit van het oordeel: iemands stemming, humeur, de mate van vermoeidheid, interesse, enzovoort. Dit soort factoren echter opereert, anders dan het gros van de hiervoor genoemde factoren, grotendeels op bewust niveau: ieder weldenkend mens wéét immers dat je geen opstellen moet beoordelen wanneer je extreem vermoeid bent, of slaapdronken, heftig geëmotioneerd, enzovoort. Een beoordelaar kan zichzelf dus gemakkelijk wapenen en effectieve voorzorgsmaatregelen treffen tegen dit type storende effecten. Maar welke maatregelen zou hij in 's hemelsnaam moeten treffen om het effect van, bijvoorbeeld, contaminatie in engere zin teniet te doen - gesteld al dat hij zich bewust is van het bestaan ervan?

Ligt het nu voor de hand om bij het schrijfdossier en de gedocumenteerde tekst een hogere beoordelaarsbetrouwbaarheid te verwachten dan bij het traditionele opstel? Tot op heden ontbreken 'harde' empirische gegevens over de beoordelaarsbetrouwbaarheid die bij dit type opdrachten haalbaar is. Dat laat echter onverlet dat het - gezien het algemene, systematische karakter van de onderscheiden storende effecten - niet realistisch is om te veronderstellen dat een hogere betrouwbaarheid zonder meer (dat wil zeggen zonder extra inspanningen om specifieke storende effecten te minimaliseren) tot de mogelijkheden behoort. De tweede vorm van onbetrouwbaarheid leidt echter tot meer positieve conclusies voor het schrijfdossier en de gedocumenteerde tekst: vergeleken met het 'traditionele' opstel is daarbij inderdaad sprake van een substantiële verbetering.

134 1 De beoordeling van schrijfvaardigheid in de Tweede Fase - Bert Meuffels