Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: De beoordeling van schrijfvaardigheid in de tweede fase (Bert Meuffels)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

4 Scorebetrouwbaarheid

Scorebetrouwbaarheid is ongetwijfeld wat minder bekend bij let grote publiek' dan de hierboven besproken beoordelaarsbetrouwbaarheid. Dat is niet zo verwonderlijk als men beseft dat beschouwingen over deze vorm van betrouwbaarheid vaak nogal technisch-esoterisch van karakter zijn en als gevolg daarvan grotendeels beperkt blijven tot wat genoemd wordt 'de kring van vakgenoten'. De praktische consequenties zijn bij deze vorm van onbetrouwbaarheid echter niet minder dramatisch dan die bij de beoordelaarsonbetrouwbaarheid.

Waar gaat het bij scorebetrouwbaarheid om? Schrijfvaardigheid is een hypothetisch construct: wanneer wij iemand schrijfvaardigheid toeschrijven, dan veronderstellen wij bij die persoon een dispositie (een attribuut) aanwezig die aan het geobserveerde gedrag ten grondslag ligt en die zich onder vergelijkbare omstandigheden ook op een andere tijd en plaats zal manifesteren. Met andere woorden: wie het begrip `schrijfvaardigheid' hanteert en iemand een bepaald niveau in die vaardigheid toeschrijft, doet daarmee impliciet dan wel expliciet een voorspellende uitspraak over hoe de persoon in kwestie in soortgelijke situaties en omstandigheden zal presteren. In het empirisch onderzoek naar schrijfvaardigheid van de afgelopen decennia wordt dan ook in het gros van de gevallen uitgegaan van de (niet-getoetste) aanname dat de gegevens die verkregen zijn met behulp van één schrijfopdracht zonder meer geldig zullen zijn voor álle, soortgelijke opdrachten.

Deze cruciale aanname staat of valt echter met de hoogte van de correlatie (d.w.z. de mate van samenhang) tussen de prestaties op verschillende schrijftaken. Als de meting van schrijfvaardigheid van taak tot taak weinig varieert en de metingen onderling consistent zijn, dan levert dat een adequate, precieze indicatie op van iemands schrijfvaardigheid (dus een hoge scorebetrouwbaarheid). Als deze metingen echter van taak tot taak sterk uiteenlopen, dan kunnen bezwaarlijk generaliserende uitspraken gedaan worden over 'de' schrijfvaardigheid van een persoon (dus een lage scorebetrouwbaarheid).

In diverse studies is de samenhang tussen verschillende schrijfopdrachten nader onderzocht, met als onveranderlijke conclusie dat de correlatie tussen prestaties op verschillende schrijfopdrachten bedroevend laag is: prestaties op de ene taak hebben vrijwel géén voorspellende waarde voor de prestaties op een andere taak (Schoonen 1991). Deze geringe voorspellende waarde doet zich gelden ongeacht het beoordeelde aspect (`inhoud', 'structuur' of 'stijl') en ongeacht de wijze van beoordelen (globale beoordeling, analytische beoordeling of schaalbeoordeling).

Voor die lage scorebetrouwbaarheid zijn een aantal verklaringen geopperd. Een verklaring schrijft deze toe aan de omstandigheid dat een schrijftaak als een opstel eigenlijk uit slechts één testitem bestaat. Kan een complexe vaardigheid als schrijfvaardigheid ooit betrouwbaar gemeten worden met behulp van slechts één testitem? Kan men, om een parallel te trekken, concluderen dat iemand over onvoldoende rekenvaardigheid beschikt als hij niet binnen vijf seconden kan uitrekenen hoeveel 23 maal 46 is? Natuurlijk niet. In de eerste plaats wordt met deze ene vraag/opgave wel een bijzonder beperkt deel van mogelijke rekenvaardigheden gemeten: de steekproef

De beoordeling van schrijfvaardigheid in de Tweede Fase - Bert Meuffels 1135