Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Nederlands voor allochtone leerlingen in het voortgezet onderwijs (René Appel)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

2 Wat is er bekend?

Zo bezien is er niet veel vooruitgang in het Nederlandse-taalonderwijs voor allochtone leerlingen. Is die conclusie terecht? Ik zal proberen in dit artikel enige aspecten van dit onderwijs te bespreken. Daarbij heb ik absoluut niet de pretentie om volledig te zijn. De verscheidenheid in het (taal-)onderwijs is enorm, de diversiteit onder de leerlingen is ook heel groot (van volstrekt beginnende leerders tot volwaardig tweetaligen), taalonderwijs behelst veel onderdelen (van spelling tot literatuuronderwijs), die ook nog eens in verschillende klassen tot heel andere praktijken kunnen leiden. Verder is er een groot gebrek aan onderzoeksgegevens. Er wordt veel materiaal ontwikkeld – in reguliere lesmethodes, in projecten, enz. - , maar dat wordt nauwelijks door neutrale buitenstaanders geanalyseerd en op zijn waarde geschat. Hoogeveen en Bonset (1998: 537) concluderen in hun degelijke en uitgebreide overzicht van onderzoek naar het schoolvak Nederlands dan ook het volgende: "Construerend onderzoek naar NT2-onderwijs (onderzoek waarin leerplanontwikkeling en onderzoek hand in hand gaan) werd voorzover wij weten in Nederland niet verricht." Problematischer is misschien nog dat er eigenlijk ook geen systematische onderzoeksgegevens zijn over de effecten van NT2-materiaal (of algemener: Nederlands taalmateriaal). We weten niet hoe er mee gewerkt wordt of kan worden (procesevaluatie) en wat de leerresultaten zijn (productevaluatie).

Uiteraard zijn er wel wervende teksten van de producenten van taalmethodes beschikbaar, die de gelegenheid krijgen om in onderwijstijdschriften in pseudo-neutrale artikelen reclame te maken voor hun eigen producten, zoals in het volgende voorbeeld, waarin de naam van de methode is gewijzigd.

Taal is cool is een nieuwe methode voor de Basisvorming die uitdrukkelijk met leerlingen werkt aan de verwerving van nieuwe vaardigheden. Het is een thematische, taakgerichte methode. Dit betekent dat die methode geordend is rond thema's en dat in elk thema een zogenaamde taaltaak centraal staat. Voorbeelden van taaltaken zijn: een interview houden, een discussie voeren, een mondelinge presentatie houden, vragen bij een tekst beantwoorden en een artikel schrijven. (...) Bij het werken aan een taaltaak verwerven leerlingen `deelvaardigheden' die nodig zijn om die taak goed uit te voeren. Bij een interview houden, bijvoorbeeld, gaat het om vaardigheden zoals het bepalen van geschikte vragen, doorvragen als je iets niet begrijpt en kiezen tussen formeel en informeel taalgebruik.

Ik heb het idee dat taaldidactici die pleiten voor de betreffende benadering iets geheel anders verstaan onder 'taakgericht onderwijs' (zie bijvoorbeeld de artikelen in Moer, 1997, nummer 6). Het lijkt erop dat de auteurs van deze methode simpelweg een modern concept overnemen en dat op hun product plakken. Het zou goed zijn als er een soort Consumentenbond voor taalonderwijs zou komen, die zich ook waagde aan een vergelijkend warenonderzoek en onterechte reclame aan de kaak zou stellen.

De opinies van leerkrachten over taalmethodes zijn niet bekend, evenmin als die van de leerlingen. Ten behoeve van deze bijdrage vroeg ik de schrijver Abdelkader Benali

140 I Nederlands voor allochtone leerlingen in het voortgezet onderwijs - René Appel