Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Nederlands voor allochtone leerlingen in het voortgezet onderwijs (René Appel)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

naar zijn ervaringen met het Nederlandse taalonderwijs op de middelbare school (eind jaren tachtig, begin jaren negentig). Op de vraag wat hem het meest bijgebleven was van het Nederlandse taalonderwijs gaf hij het volgende antwoord:

"Naast het feit dat de grammatica altijd zo werd uitgelegd, dat het nooit echt helemaal duidelijk werd, niet veel. Ik moest wel eens een opstel schrijven, maar dat werd altijd op taal en grammatica beoordeeld, nooit op zeggingskracht, brille of argumentatie. We hadden veel oefeningen voor grammatica, maar die komen me nu als volstrekt onzinnig voor. Wat ik vooral miste, was prikkeling tussen leerlingen onderling, dus groepsactiviteit. Van Nederlands leerde je het eindexamen maken, maar beter schrijven of spreken niet echt."

Benali stelde verder dat er in zijn schoolklassen veel te weinig actief met taal werd omgegaan. Hij zei onder meer: "Dat is wat ik miste op de middelbare school: doen, doen, doen." Het is het bekende beeld van het traditionele taalonderwijs: taal werd bestudeerd, maar taal werd niet geleerd.

Misschien dat Abdelkader Benali zich in het huidige taalonderwijs beter thuis had gevoeld. Voor zover dat valt te overzien, worden daarin inderdaad meer talige activiteiten uitgevoerd, die gericht zijn op verwerving. Er wordt relatief veel gedaan aan uitbreiding van de woordenschat, in een vroege fase wordt (jeugd-)literatuur aan de orde gesteld, leerlingen moeten taal daadwerkelijk gebruiken in pseudo-communicatieve situaties (in feite is er nooit sprake van echt communicatieve situaties, maar altijd van een vorm van simulatie), leren schrijven wordt systematisch ondersteund, methodes bevatten vaak luisterlessen en grammatica is ingebed in een totaalpakket. Voor alle duidelijkheid: ik heb het hier niet over specifiek NT2-materiaal, maar over taalmethodes voor alle leerlingen. Net als in het basisonderwijs lijkt ook in het VO de aanwezigheid van niet-moedertaalsprekers te hebben geleid tot een aantal positieve veranderingen. Daarbij valt bijvoorbeeld de aandacht voor uitbreiding van de woordenschat op en de oriëntatie op verwerving.

De aandacht voor taalonderwijs, speciaal in verband met de aanwezigheid, van allochtone leerlingen, heeft de afgelopen decennia meer opgebracht. NT2 is een echt vak geworden, er is veel scholingsmateriaal beschikbaar gekomen, bijvoorbeeld Lesgeven in meertalige klassen van Monique van de Laarschot (1997) en Nederlands als tweede taal in het Voortgezet Onderwijs van Ed Olijkan e.a. (1999). Scholen die hun taalonderwijs (ingrijpend) willen veranderen kunnen gebruik maken van Het koffer- tje voor taalbeleid en taalgericht vakonderwijs. (Dirkje Ebbers e.a., 2000).

Betekent een en ander dat het nu allemaal fantastisch, gaat voor allochtone leerlingen? Helaas niet. Stemmen uit het onderwijsveld wijzen daar al op. Ik wil hieronder ook laten zien op welke punten taalmethodes (soms) tekortschieten. Die gebreken gelden in veel gevallen voor alle leerlingen, maar in nog sterkere mate voor allochtone leerlingen, bij wie er toch vaak sprake is van een verbaal repertoire met forse lacunes. In dit opzicht lijken overigens veel Nederlandse leerlingen uit een laag sociaal milieu op die allochtone leerlingen.

Nederlands voor allochtone leerlingen in het voortgezet onderwijs - René Appel 1 141