Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Nederlands voor allochtone leerlingen in het voortgezet onderwijs (René Appel)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

3 Punten van kritiek

De hieronder naar voren gebrachte kritische punten, die overigens ook van geheel verschillende aard zijn, zijn alleen gebaseerd op een schriftelijke kennisname van taalmethodes. In de praktijk van de schoolklas is het mogelijk dat een leerkracht die negatieve zaken zelf overwint of compenseert door een vernieuwende didactische benadering of een creatieve, inspirerende aanpak van de stof. Aan de andere kant is het ook mogelijk dat geschikt materiaal als het ware wordt misbruikt en dat van de goede bedoelingen van de auteurs van de methode in de klas weinig overblijft.

Moeilijke, onduidelijke opdrachten

Het viel me op dat taalmethodes vaak opdrachten bevatten waarbij het voor de leerlingen onduidelijk is wat van hen wordt gevraagd, welke richting ze op moeten gaan. Kennelijk hebben de auteurs iets op het oog, maar dat is voor de leerlingen niet inzichtelijk, zoals in het volgende voorbeeld.

Wat is het verschil tussen het invullen van je agenda en het invullen van een aan-vraagkaart?

Hier zijn veel soorten reacties op te bedenken, bijvoorbeeld dat je het één op school doet en het ander thuis, dat in de één huiswerk wordt geschreven en op de ander niet. Maar gaat het inderdaad om dat soort antwoorden? Nog een voorbeeld van een vraag naar aanleiding van een tekst over puistjes; de bedoeling van de les is dat leerlingen iets opsteken over signaalwoorden.

`Puistjes. Als je er last van hebt, dan wil je er zo snel mogelijk van af.' Waarom gebruikt de schrijver als en dan in regel 1?

Vermoedelijk zijn de auteurs op zoek naar een bepaald antwoord in termen van consequenties of gevolgen, maar het lijkt me voor leerlingen heel moeilijk om zoiets op te schrijven.

Soms is naar mijn mening een gemotiveerd antwoord ronduit onmogelijk, zoals in het volgende geval.

Tekst van een recept (Italiaanse aubergineschotel)

  1. Vind je dit een lekker gerecht?

  2. Moet je het hele recept doorlezen om vraag 1 te beantwoorden?

  3. Welke informatie is voor jou voldoende om die vraag te beantwoorden?

Ik denk dat veel leerlingen zo'n vraag helemaal niet kinnen beantwoorden, omdat je pas weet of je iets lekker vindt als je het hebt geproefd (een opmerking die veel ouders ook tegen hun kinderen maken). Dat impliceert dat het ook moeilijk is om een antwoord op vraag 2 en 3 te geven.

142 1 Nederlands voor allochtone leerlingen in het voortgezet onderwijs - René Appel