Doorzoek alle bundels


Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Nederlands voor allochtone leerlingen in het voortgezet onderwijs (René Appel)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Oefeningen gericht op schema's, structuren enz.

De schematisering en daarmee een vorm van abstrahering heeft keihard toegeslagen in het taalonderwijs. Ik geef hierbij het volgende voorbeeld van een schema over `Zakelijk lezen' voor klas 3 vwo/havo.

Tekstdoel, tekstsoorten, tekstvormen

Doel   Tekstsoort   Tekstvorm

Informeren

mening geven/ overtuigen aansporen/ overhalen

informatieve tekst uiteenzetting beschouwing betoog

activerende tekst

Zouden leerlingen nu beter in staat zijn om zakelijke teksten tot zich te nemen als ze deze terminologie beheersen? Ik vermoed van niet. Is het anderszins noodzakelijk dat ze de gemaakte onderscheidingen kennen? Volgens mij niet, en dat zie ik nog even los van het feit dat die onderscheidingen niet altijd zo duidelijk zijn. Wat is bijvoorbeeld het verschil tussen een beschouwing en een betoog? Volgens mij wordt er in het dagelijks leven of in het alledaagse taalgebruik zelden of nooit een onderscheid gemaakt tussen die twee termen. Het lijkt erop dat een slecht doordacht schema uit de (wetenschappelijk georiënteerde) taalbeheersing in het taalonderwijs is geïnfiltreerd. Terzijde: mijn zoon kreeg op de middelbare school ook les uit de methode waarin dit schema wordt gebruikt en bij een proefwerk bleek dat de leerkracht zelf `tekstvorm' en `tekstsoort' door elkaar had gehaald.

Anderen hebben al eerder gewezen op de 'verwetenschappelijking' van het taalonderwijs, bijvoorbeeld Gerard de Vriend (1996), die heeft betoogd dat in het literatuuronderwijs de structuuranalytische benadering vanuit de school de universiteit is binnengedrongen. Het komt dan vaak neer op een soort verdunde wetenschap waar het taalonderwijs zeker niet bij gebaat is. Leerlingen moeten schema's invullen, abstracte terminologie begrijpen, 'systematisch' te werk gaan volgens de regels van academische theorie, terwijl het zou moeten gaan om uitbreiding van hun taalvaardigheid of kennis van de literatuur, en niet om een slap aftreksel van wetenschappelijke kennis. Dit soort leerstof, die eigenlijk meer studeerstof is, is vaak moeilijk voor alle leerlingen, maar levert vooral problemen op voor NT2-sprekers. Het ontbreekt hen immers aan toereikende schoolse taalvaardigheden.

Als laatste voorbeeld geef ik een fragment uit een les over lezen/literatuur voor klas 3 vwo/havo naar aanleiding van een stuk proza.

Als schrijvers een verhaal vertellen, scheppen zijn een tussenpersoon, een verteller. Zo'n verteller is niet dezelfde als de schrijver. Zo vertelt Lucas in De aanslag' (begin-

Nederlands voor allochtone leerlingen in het voortgezet onderwijs - René Appel 1145