Doorzoek alle bundels


Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Nederlands voor allochtone leerlingen in het voortgezet onderwijs (René Appel)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

WETENSCHAP ONDER WOORDEN: TAAL EN DE NIET-TAALVAKKEN

Nora Bogaert - Centrum Taal en Migratie / Steunpunt NT2

1 Leerboodschappen: een moeilijke bedoening

Om leerlingen tot leren te brengen wordt in de klas heel wat talige informatie uitgewisseld. Voor een leerling die niet over de nodige taalvaardigheid beschikt, kan taal het leren flink in de weg staan. Leerlingen met onvoldoende school-taalvaardigheid blijken nogal dik gezaaid: schools taalgebruik is namelijk erg complex van aard. Heel vaak verwijzen de leerboodschappen van leerkracht en schoolboek namelijk naar dingen die op het ogenblik van de leercommunicatie niet door de leerlingen kunnen worden waargenomen'. Er komen dus veel begrippen van abstract allooi aan te pas (feodaliteit, voedselschaarste en breuktektoniek) en niet-alledaagse uitdrukkingen om bijvoorbeeld verbanden van oorzakelijke of chronologische aard uit te drukken (is het resultaat van, naar aanleiding van, onder invloed van, tengevolge van, vooraleer). Een bijkomende factor van complicatie is de boodschapper zelf, de leerkracht en de schoolboekschrijver. Zij zijn specialisten, die zich verdiept hebben in een bepaald domein van de werkelijkheid en vertrouwd zijn met de bril die hun vak opzet om dit domein beschouwend te benaderen. Daar komt nog bij dat ze zijn opgegroeid in een welbepaalde (Westerse middenklasse-)cultuur, met haar eigen praktijken en ziens- en zegswijzen. Dit dubbele insiderschap drukt een stempel op de manier waarop ze hun boodschappen verpakken in taal. Ingewijden gaan immers vaak voorbij aan het feit dat outsiders niet beschikken over hetzelfde referentiekader als zijzelf. Dat zorgt nogal eens voor onduidelijkheid, doordat begrippen niet worden uitgelegd, verbanden impliciet worden gelaten, denkstappen worden overgeslagen, veel informatie in kort bestek op elkaar wordt gestapeld, verwijzing naar reeds genoemde elementen op een onduidelijke manier gebeurt. Meer zorg besteden aan de verpakking van leerboodschappen in de zaak- en praktijkvakken (door meer woorden uit te leggen, uiteenzettingen explicieter te structureren, vaktermen met meer nadruk te introduceren e.d.) en in het vak Nederlands de bevordering van de zogenaamde 'school-taalvaardigheid' een ruime plaats geven zijn taalbeleidsmatige stappen in de goede richting. Om het probleem 'taal-en-leren-op-school' aan te pakken moet dit echter in een veel bredere context worden geplaatst.

2 TAAL en het kennisoverdrachtmodel

De leerling is een leeg vat dat door de leerkracht moet worden gevuld met kennis: zo luidt de meest gangbare visie op onderwijs. De leraar beslist niet alleen welke kennis op welk moment door de leerling moet worden verworven, maar ook welke route de leerling daarbij moet volgen en geeft toegang tot de kennis door deze 'onder woorden

Wetenschap onder woorden: taal en de niet-taalvakken - Nora Bogaert 1147