Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Wetenschap onder woorden: Taal en de niet-taalvakken (Nora Bogaert)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

traject loodst, zet ik dit onderdeel voor 'papier scheuren', waar van de leerlingen wordt verwacht dat ze zelf de redenering produceren. Door deze opbouwlijn te hanteren worden voor deze laatste en open taak de nodige voorafgaande steigers aangelegd. Het technische luikje (onderdeel 4), waarin leerlingen machten moeten gaan berekenen, komt wat mij betreft helemaal op de laatste plaats, nadat het theoretische topje op de ervaringspiramide is gezet.

Omdat kennis construeren impliceert dat je stappen zet op onbekend terrein, is ondersteuning hierbij van wezenlijk belang. Niet alleen de leerkracht kan die rol opnemen: dat doet hij hierboven door de rol van bemiddelaar op zich te nemen, die aan vastlopende leerlingen nooit zelf de oplossing van hun probleem aanreikt, maar deze, door gepaste vraagstelling, losweekt. Maar ook de medeleerling heeft als ondersteuner heel wat te bieden: de ene mens weet meer dan de andere of beseft vlugger hoe hij een probleem moet aanpakken. Zet leerlingen samen aan het werk en vragende en biedende partijen vinden elkaar voortdurend. De vrager vaart er wel bij (o.m. doordat de taal van de uitlegger minder ingewikkeld en specialistisch is dan dat van de leerkracht) maar de uitlegger net zo goed: zijn rol dwingt hem tot explicitering en argumentatie en verhoogt hierdoor de kwaliteit van zijn inzicht in de materie. Samenwerking van heterogene partners verveelvoudigt de kansen op 'uitleg-situaties'. Maar ook als partners samen nog volop zoekende zijn, is er sprake van ondersteuning: samen hardop denken en op elkaars gedachtegang reageren (door aanvullingen te doen, tegen te spreken, om verdere verduidelijking of argumentatie te vragen) doet AHA's ontstaan, zorgt voor diepgaander inzicht. Samenwerking is dus cruciaal omwille van de resultaten die het oplevert voor het leerproces. Samenwerkingssituaties scheppen daarenboven voor de leerkracht een perfecte context om de voortgang van de leerling op de voet te volgen en de nodige feedback te leveren. Door over de schouders mee te kijken of stilzwijgend naar de gesprekken tussen partners te luisteren komt de leerkracht een heleboel te weten over het al dan niet groeiende inzicht bij elke individuele leerling en kan hij ingrijpen vóór leerlingen helemaal de verkeerde kant op gaan. Mogelijkheid tot samenwerking versterkt daarenboven het zelfvertrouwen van de leerling en geeft een veilig gevoel.

De tweede ronde

De denkopdracht luidde hier als volgt:

Toendra en steppe

  • De bron van informatie is in deze les niet de leerkracht, maar teksten, waaruit de leerlingen allerlei gegevens moeten halen. Wat zou hiervoor de achterliggende reden zijn?

Welke verschillende voorzorgen heeft de leerkracht genomen om voor laagtaal-vaardige leerlingen de kans op succesvolle taakuitvoering te verhogen?

  • In de eerste ronde krijgt elk van de leerlingen een ander onderwerp en andere bronnen. In de tweede ronde moeten de tweetallen komen tot een doorsnede van de kenmerken van de landschappen. Wat is de zin van de verdeling; wat is de zin van de tweede ronde?

152 1 Wetenschap onder woorden: taal en de niet-taalvakken - Nora Bogaert