Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Wetenschap onder woorden: Taal en de niet-taalvakken (Nora Bogaert)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

- Wat valt op in de klassikale nabespreking?

•••

In de les aardrijkskunde loopt een lessenreeks over het landschap. Alle typen natuurlijke landschappen zijn de revue al gepasseerd, behalve steppen en toendra. De leerlingen krijgen de opdracht de kenmerken van deze twee landschappen te achterhalen door aan de slag te gaan met verschillende informatiebronnen: teksten uit (jeugd)encyclopedieën en -tijdschriften, uit Encarta, uit het leerboek, en daarin naar een antwoord te zoeken op de bijgeleverde vragen (zie verder). Ze moeten hierbij werken in tweetallen en het werk verdelen:

Leerling A van elk paar moet in de hem voorgelegde bronnen op zoek gaan naar informatie over 'de toendra'. De leerkracht heeft de leerlingen A voorzien van een aantal gerichte vragen (Waar op de aarde vind je toendra's? Wat voor klimaat heerst er? Vind je er bomen en planten? Leven er dieren? Hoe overleven ze er? Leven er mensen? Hoe overleven ze er?).

Leerling B krijgt de opdracht hetzelfde te doen met betrekking tot 'de steppe' en krijgt daarbij een soortgelijke vragenlijst als leerling A.

In een tweede ronde rapporteren leerling A en leerling B aan elkaar over de respectieve kenmerken en maken dan een vergelijking toendra/steppe. Het resultaat moet weergegeven worden in de vorm van een Venn-diagram, waarbij de kenmerken van de toendra links komen te staan, die van de steppe rechts en de gemeenschappelijke kenmerken in de doorsnede.

De leerkracht circuleert, kijkt mee over de schouder van de groepjes en reageert op noodsignalen door vragen te stellen die naar de oplossing van het gesignaleerde probleem leiden. Als leerlingen vastlopen op onbekende woorden of ingewikkelde passages brengt hij hen ertoe de informatie in de tekst die als kapstok voor betekenisafleiding kan worden gebruikt te identificeren. Van leerlingen die verloren lopen in de veelheid aan informatie vestigt hij de aandacht op economische manieren om daarmee om te gaan: kijken naar titels en naar woorden die in reliëf staan, 'scannende' blikken werpen op het geheel.

Als de afgesproken tijd om is, worden in een klassikale nabespreking de antwoorden van de tweetallen naast elkaar gelegd, kenmerk per kenmerk, waarbij de leerkracht telkens de vraag stelt waar de leerlingen het betreffende kenmerk hebben gevonden en hoe het in de tekst(en) wordt vermeld.

•••

Wat vraag 1 betreft: wetenschap evolueert verschrikkelijk snel vandaag de dag en succesvol functioneren in beroep en samenleving impliceert dan ook dat je voortdurend nieuwe kennis opdoet en in de praktijk brengt. Een basisarsenaal aan begrippen komt daarbij goed van pas, maar een te eenzijdige nadruk op het weten van dingen en op reproductie van die kennis speelt in het nadeel van de 'levenslange leerder'. Veel crucialer voor succesvol functioneren is de beschikking over vaardigheden en strategieën om informatie en kennis te verwerven en te verwerken. Niet alleen de leerkracht Nederlands en de leerkracht moderne vreemde talen kunnen hierin een belangrijke rol in opnemen. Ook de zaakvak- en de praktijkles zijn geschikte omgevingen om vaardigheden en strategieën te ontwikkelen, niet door veel uitleg of theorie vooraf aan te leveren, maar door geschikte taken voor te leggen, de uitvoering ervan te onder-

Wetenschap onder woorden: taal en de niet-taalvakken - Nora Bogaert 1 153