Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Heterogeniteit als winstpunt bij NT2-beginners (Joop Wammes)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

1. Taal-verwerven is een volstrekt chaotisch proces, een niet-lineair gebeuren.

2. Schijnbare structurering door middel van het onderwijs (eerst dit, dan pas kan dat)

vertraagt dit proces aanzienlijk, lineair aanbod is wat verwervingstempo betreft de

dood in de pot.

Bovenstaande kerngedachten zijn niet zomaar beweringen. Ik leg u het volgende dilemma voor. Twee nieuwkomers, tweelingbroers, 13 jaar, even slim. Eén van de broers wordt op een Nederlandse ISK in een niveauklas geplaatst. Zijn broer wordt daarentegen direct in de brugklas van het reguliere Voortgezet Onderwijs geplaatst (de eerste klas van de eerste graad van het secundair in België). De eerste broer doet één jaar over de ISK en gaat daarna naar de reguliere brugklas. Broer 2 mag de brugklas doubleren, dus doet hij de klas twee keer. Welke broer zal na 12 maanden het meeste Nederlands verworven hebben?

We weten het niet, maar de kans is groot dat de leerling die niet "gestructureerd" NT2-onderwijs heeft gevolgd en rechtstreeks in het reguliere onderwijs ondergedompeld is geweest, mogelijk het meest verworven heeft na twee jaar. Als dat zo is, dan betekent dat nog niet het einde van het nut van ISK-onderwijs. Maar we moeten kennelijk wel in hogere mate willen aansluiten op niet-lineair onderwijsaanbod, waarin niet het niveau maar het verwervingstempo heilig is.

Dat betekent voor het NT2-onderricht dat er twee zaken essentieel zijn. Op de eerste plaats houdt dat in dat er dan juist heterogene groepen worden samengesteld. Dus zet zwak en sterk door elkaar. Op de tweede plaats is het wijs de principes toe te passen van de taaltaakgerichte benadering. Dat houdt in dat je de heterogene groep een omvangrijke, taalrijke, veelinhoudende en motiverende taakaak geeft. Motiverend voor alle leerlingen, en met taalrijk materiaal. Voor elke leerling zit daar dan verwerving aan vast.

Natuurlijk: er zijn verschillen tussen leerlingen. Dus de zwakke leerling haalt b.v. 50% uit dit aanbod, en de sterke leerling 80%, maar verwerven doen ze allebei, en wel in het hoogst mogelijke tempo. Het is dus niet nodig aanbod te doen op niveaus, maar er zal wel een natuurlijk verschil zijn in diepte van verwerving. Ik zal dat hieronder illustreren met een NT2-voorbeeld, maar eerst twee andere voorbeelden uit resp. de onderste en bovenste laag van het onderwijsbestel.

4 De achtergrond van deze gedachte: twee voorbeelden

Al veel eerder, b.v. bij de pedagoge Maria Montessori, vinden we duidelijke sporen van deze opvatting. Maak heterogene groepjes van jongste en oudste kleuters, en er ontstaat natuurlijk leren, zonder dat het tot een ongeorganiseerde chaos leidt. Integendeel: te signaleren is hoe sterk dit "chaotische" leren kan werken. In een Montessori-kleuterklas wordt over het algemeen al gelezen en boven duizend gerekend bij de meeste kinderen van 5 tot 6 jaar. En ook voor de oudste kleuters is het leren geblazen. De jongste kleuters iets voordoen, uitleggen, e.d. ontwikkelt hun mon-

Heterogeniteit als winstpunt bij NT2-beginners - Joop Wammes 1 159