Doorzoek alle bundels


Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Heterogeniteit als winstpunt bij NT2-beginners (Joop Wammes)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

tekst) meestal wel gedeeltelijk begrepen worden voordat men met de opdracht begint, en na de opdrachtuitvoering zullen de desbetreffende woorden vrijwel allemaal begrepen worden. Deze leerlingen zullen nog niet communiceren over een gemeenschappelijke tijd in het rooster, maar wel begrip kunnen tonen voor de opdracht door op het rooster een gemeenschappelijke tijd aan te wijzen. Eventueel verkeerd begrip zal op natuurlijke wijze door de "betere" leerlingen gecorrigeerd/uitgelegd worden, hetgeen weer een productieve oefening is voor deze leerlingen.

Beide leerlingtypen hebben het gevoel veel te leren van deze opdracht. De natuurlijke heterogene setting veroorzaakt interactie, en doet beroep op natuurlijke verwervingsprocessen. Voor de absolute beginner wordt zo een onderdompeling gecreëerd, wat een overlevingsmechanisme in gang zet. Voor de beginner-plus-leerling is een natuurlijke situatie geschapen waarin de leerling veel zinnen moet produceren. Heterogeniteit als winstpunt voor beide partijen.

6 Wanneer is heterogeen groeperen niet zinvol?

Het is niet zinvol om een jongstekleuter naast een leerling te zetten van 12 jaar. Het is ook niet zinvol om een analfabete nieuwkomer van 16 jaar naast een goedopgeleide nieuwkomer van dezelfde leeftijd te zetten. Op een grotere ISK/onthaalafdeling is het beter een splitsing te maken tussen snelle en langzame teerders. En het is ook niet zinvol om een beginner naast een gevorderde te zetten. Heterogeniteit is alleen een winstpunt als de verschillen niet te groot zijn.

Men moet in één klas niet alle taalniveaus willen bedienen. Men moet ook een einde maken aan het op afdelingsniveau aanbieden van een veelvoud aan taalniveaus, soms wel vijf (b.v. elke klas een verschillend aanbiedingsniveau). Het is verstandig slechts twee taalniveaus te onderscheiden: het niveau van beginner naar halfgevorderde en het niveau van halfgevorderde naar gevorderde. Dus een einde maken aan het veel te gedetailleerd onderscheiden van talige aanbiedingsniveaus. En dat in een klas slechts èf het niveau van beinner naar halfgevorderd èf het niveau van halfgevorderd naar gevorderd wordt aangeboden.

Samengevat:

analfabeten apart,

eventueel snelleerders en langzaamleerders apart, slechts twee taalniveaus aanbieden.

Wanneer een leerling later instroomt (b.v. na twee maanden), dan geeft dat binnen de gepropageerde werkwijze nauwelijks iets. Dat eerdere themata uit de NT2-leergang voor deze late instromer niet zijn aangeboden repareert zich vanzelf tijdens het onderwijs en buitenschools leren.

Men toe, maar dan alleen heel af en toe, kan het zin hebben bepaalde leerlingen oude stof te laten herhalen, en de beste leerlingen verrijkingsstof te laten doen. Voor de

Heterogeniteit als winstpunt bij NT2-beginners - Joop Wammes 1161