Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Stichting lezen en literatuureducatie (Anne-Mariken Raukema)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

zijn in potentie zeer geschikt om aan te bieden op landelijke schaal in het kader van literatuureducatie. Deze werkwijze werd eerder al met succes toegepast bij de totstandkoming van het project Bazar, waarbij expliciete aandacht werd gegeven aan een tot op heden (in zowel wetenschappelijke als didactische zin) sterk onderbelichte onderwijsvorm: het vmbo. Het ligt in de bedoeling jaarlijks een of twee landelijke bijeenkomsten te organiseren waarbij vraag (onderwijs) en aanbod (instellingen) samenkomen.

  1.  Vertaling van wetenschappelijk onderzoek naar de praktijk

Direct in relatie tot het bestaande werk van Stichting Lezen is de vertaling van wetenschappelijk onderzoek naar de praktijk. Bestaande activiteiten als de bijeenkomsten waar onderzoek en praktijk bijeenkomen spelen hierin een belangrijke rol. De kloof tussen literatuurwetenschap, literatuurdidactiek en literatuuronderwijs waar in 1980 Wam de Moor al op wees en waar in Tsjip/Letteren (jaargang 11, nummer 4) Joop Dirksen ook naar verwijst, moet gedicht worden.

  1.  Geven van schoolgebonden adviezen

Als laatste maar meest essentiële taak zien wij het adviseren van leerkrachten, docenten en secties op specifieke vragen. De praktijk leerde de afgelopen jaren dat het losse nascholingsaanbod voor leerkrachten en docenten niet naar wens van de deelnemers functioneert. Het aanbod van de pedagogische centra, universiteiten en hogescholen, de jaarlijkse dagen van het Letterkundig museum en BulkBoek's Dag van het literatuuronderwijs hebben naar ons idee geen blijvend effect op de hele sectie, maar zijn slechts incidentele en kortdurende interventies die veelal alleen van toepassing zijn voor de docent die de nascholing heeft gevolgd. Een inventarisatie van het aanbod is een eerste, het opstellen van een plan om effectief docenten te adviseren en te komen tot een vorm van bijscholing/training aan de literatuurcoördinatoren op school, een tweede stap.

Op schoolniveau zal een deskundige (literatuurcoördinator) moeten worden aangewezen, die als vraagbaak en aanspreekpunt functioneert. Deze kan gebruik maken van het aanbod van bijscholing dat door Stichting Lezen wordt gecoördineerd. Daarnaast is deze coördinator - voor het voortgezet onderwijs iemand van de sectie Nederlands, moderne vreemde talen of literatuur, voor het basisonderwijs de leescoördinator – degene die de directe contacten onderhoudt met de consulent literatuureducatie van Stichting Lezen.

7 Tot besluit

We zijn inmiddels ruim drie maanden verder. Sinds 18 februari 2002 is Stichting Lezen versterkt met een medewerker die zich volledig met literatuureducatie gaat bezighouden. Zijn naam is Martijn Nicolaas en hij heeft zeven jaar Nederlands gegeven op het Haags Montessori Lyceum. Wij gaan samen de kar trekken die literatuureducatie heet. U hoort nog van ons. U kunt ons ook benaderen met uw vragen en/of reacties: 020-6230566 of mnicolaas@lezen.nl of amraukema@lezen.nl

Stichting Lezen en literatuureducatie - Anne-Mariken Raukema 1 179