Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Werkvormen met jeugdliteratuur (Ruud Kraaijeveld)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

6 Werkvormen voor de oriëntatie/voorbereidingsfase

In de oriëntatie/voorbereidingsfase worden de leerlingen in de sfeer van het verhaalfragment of het onderwerp gebracht. In het algemeen is het goed de oriëntatie vrij kort te houden, de voorbereiding mag wat langer zijn. Voorbeelden van concrete werkvormen bij deze fase:

  •  In een klassengesprekje aansluiten bij de bestaande leeservaringen en/of kennis van een schrijver. Wie heeft wel eens een boek van Carry Slee gelezen? Waar ging het over? Wat vond je er wel of niet goed aan?

In een klassengesprekje aansluiten bij bestaande leeservaringen en/of kennis van de verhaalsoort of het onderwerp van het fictiefragment. Wie heeft wel eens een griezelboek of een detective of een serieboek gelezen? Zou je het je klasgenoten aanraden? Wie heeft wel eens een boek over pesten, over de Tweede Wereldoorlog, over verliefd worden gelezen? etc.

Als docent(e) zelf iets vertellen over een auteur en een eerste indruk geven van haar boeken.

  • Een verfilmd fragment of een aflevering van de NOT/Teleac-serie Geef mij maar een boek als introductie gebruiken. Er zijn bruikbare afleveringen over bijvoorbeeld Carry Slee, Theo Hoogstraaten, de Harry Potter-boeken en Marita de Sterck.

Meteen een kort, boeiend of controversieel fragmentje voorlezen en de leerlingen hier spontaan op laten reageren.

  • Het boekomslag laten zien en vragen wat voor soort verhaal de leerlingen verwachten. Eventueel de achterkanttekst (of een fragment eruit) voorlezen en naar de verwachtingen vragen.

Eén of meer gebeurtenissen uit het boek in eigen bewoordingen op een spannende manier vertellen en de leerlingen vervolgens naar het boek toe leiden.

  • Na een korte eigen inleiding een wat langer fragment uit het boek voorlezen; vooraf aankondigen dat u er daarna wat vragen over zult stellen en die daarna in een klassengesprekje aan de orde stellen.

Een korte inleiding geven op het stukje literatuurtheorie dat u als deelvaardigheid wil behandelen, bijvoorbeeld over verhaalpersonages, spanning, thema, tijd of verhaallijnen. Het is van belang dit kort en concreet te houden.

7 Werkvormen voor de uitvoeringsfase

De uitvoeringsfase kan uiteenvallen in drie onderdelen. Ten eerste vragen en opdrachten bij één of meer fictiefragmenten. Ten tweede een grotere verwerkingsopdracht bij dat fragment of die fragmenten. Ten derde een leesdossieropdracht die een wat losser verband mag hebben met het fragment.

Het lezen van een aangeboden fragment doen de leerlingen individueel, het beantwoorden van de vragen kan individueel, in tweetallen of in groepen. Het nabespreken kan klassikaal of in groepen.

Bij een fragment kunt u verschillende soorten vragen stellen. Het is van belang al die

Werkvormen met jeugdliteratuur - Ruud Kraaijeveld 1183